Dit eiland kent vogelgezang
van ochtendrood tot schemerduister.
En ik, die ’t ademloos beluister,
soms uren-, soms minutenlang,
–
voel vaak een zeer lichte aandrang
die vogels te kennen, maar juister
dan slechts bij hun frêle gefluister,
getetter, gekwater, gezingzang.
–
Toch ervaar ik het niet als mijn verdriet,
want als creatief ornithologe
deert gebrek aan kennis mij – Goddank! – niet.
–
De kansen die d’onomatopee biedt!
Want als koekoek en oehoe wel mogen,
Wat is dan het bezwaar tegen een ‘twiet-twiet’?