Eén stuk land, of eigenlijk twee:
noord en zuid, badend in zou,
met een strook land – aan weerszijden zee –
dat hen als een navelstreng bij elkaar houdt.
–
Hoe lang nog houdt dit strookje zand
dat moeder en dochter verbindt
tegen het beuken der baren stand?
Hoe lang nog eer de zeer ’t verslindt?
–
Eens komt de dag van het afscheid:
de geboorte van het eiland staat vast –
maar in dít heden zijn zij een eenheid,
nog niet met hun toekomst belast.