Floor Basten

Independent scholar, cat addict, tattoo lover

Wolvendiplomatie

Reflecties naar aanleiding van The Wolf, the Fox & the Leopard
Let op: spoiler alerts

Op de filmposter draagt iedereen een wolvenmasker, behalve het meisje dat opgroeide tussen de wolven. Dit beeld vat ook het motto van de film samen: wie opgroeit in de hedendaags dominante mensencultuur draagt een masker, speelt een rol. Dat motto is niet zonder waarschuwing in deze film: er is geen happy ending voor wie zich vereenzelvigt met de ideologie van het leven als verhaal. In die zin is de film volgens mij ook een kritiek op het al te humanistische en neoliberale bevel de held van je eigen verhaal te worden, of – nog een graad aanmatigender – de alwetende verteller die zich het levensverhaal van een ander toe-eigent.

In deze reflexieve analyse verweef ik verhaaltheorie met politieke filosofie om iets sociologisch te kunnen zeggen over ons tijdsgewricht. Hiermee past mijn analyse als voorbeeld van narratieve sociologie bij wat C. Wright Mills the sociological imagination noemde in zijn gelijknamige boek uit 1959.

In den beginne
De structuur van de film is een ringvorm, waarbij begin en einde elkaar raken en de cirkel als het ware rond is. Dat begin is voor Dylan, die zijn oma bezoekt. Hij schetst haar zijn kansloze wereld en frustraties daarover, zijn ambitie om wél iemand te worden en plan om daarvoor een tocht door het bos te maken, confrontaties te overwinnen en er beter uit te komen. Zijn relaas projecteert de reis van de held, het verhaalgenre dat we nauwelijks nog als genre herkennen omdat het zo ideologisch diep in de haarvaten van onze geïndividualiseerde prestatiemaatschappij zit. Ook Dylan vereenzelvigt zich ermee en wil in het bos onderzoeken hoe en welke held hij kan worden in een alsnog groots en meeslepend verhaal. Toch is hij daarvoor eerst nog even afhankelijk van zijn vriendin, met wie hij het wil uitmaken maar ja, zij heeft een auto en die is nodig om bij de natuur te komen. Dat uitmaken doet hij dus pas aan de bosrand, waar hij ruziënd uitstapt en zij hem nijdig wegscheurend achterlaat. Daar staat hij dan: klaar voor zijn avontuurlijke zelfoverwinning. Alleen, daar komt het niet van. Het bereik van zijn telefoon is beperkt, de batterij loopt leeg, hij verdwaalt kortom en wie in een bos verdwaalt, kan volgens het genre rekenen op de problemen waar Dylan allicht op hoopte, maar niet in deze vorm voorzag. Aldus geschiedde: hij stuit op een roedel wolven en exit Dylan zonder lang en gelukkig leven. Voor nu even goed om te onthouden: zijn gelijkschakeling van ‘leven’ met ‘verhaal’ maakt van hem een karikatuur, hij gebruikt een ander om er zelf beter van te worden, en techniek heeft hem niet kunnen redden. En omdat namen in deze film niet betekenisloos zijn, is het goed om te weten dat de naam ‘Dylan’ in het Welsh ‘koorts’ en ‘grote vloed’ betekent.

Verhaal als zelfbevrijding
De cliché jongeman-met-ambities blijkt dus niet de held van het verhaal te worden, maar is wel degene die de rest van de ontwikkelingen in gang zet. Er wordt namelijk een zoekactie naar hem op touw gezet en niet alleen zijn deels geconsumeerde lichaam wordt gevonden, maar ook het wolvenmeisje, een in deze roedel opgegroeid mensenkind. Ze wordt door Dylan, zij het indirect want los van zijn intenties, de wereld binnengetrokken van zijn cultuur, die dus het leven als was het een verhaal wil kunnen vormgeven. Dit is de cultuur van het collectieve verhaal over de mensheid die zichzelf bevrijd heeft van de beperkingen die de natuur haar oplegt; en binnen dit collectieve zelfbevrijdingsverhaal probeert op haar beurt eenieder als individu zich met een goed verhaal over zichzelf te bevrijden van de beperkingen die het leven in deze culturele wereld oplegt.

“De mens is de mens een wolf”, meende Thomas Hobbes, schrijver van Leviathan, een titel die verwijst naar een Bijbels zeemonster. In dit boek beschrijft hij de natuurtoestand van menselijk gedrag, dus zonder beschaving. Zonder beschaving zijn we volgens Hobbes allemaal uit op het bevredigen van onze eigen belangen en verlangens, ten koste van elkaar. Niet alleen Dylan is hiervan een voorbeeld, iedereen in de film is dat – behalve het wolvenmeisje en Araav, die allebei sociaal gedrag vertonen ten gunste van elkaar.

De Hobbesiaanse onderlinge concurrentie en elkaar de loef af willen steken leiden tot confrontaties, die op hun beurt de beste verhalen zouden opleveren: hoe heftiger de confrontatie des te knapper de overwinning en sterker de held. Sommige verhaaltheoretici stellen dat een verhaal zonder conflict niet bestaat. Als jouw cultuur dan voorschrijft dat je de held van je verhaal moet worden, dan zoek je de conflicten en confrontaties op die voor de beste versie zorgen. En als iedereen dat doet – het is immers een cultureel verschijnsel en geen individuele psychose – dan gebruikt iedereen iemand anders om betere verhalen over zichzelf te vertellen, is het verlies van de een de winst van de ander en ontstaat een oorlog van allen tegen allen – precies wat Hobbes voorspelde en misschien zelfs als selffulfilling prophecy ontwierp.

Narratieve gevangenis
Het is echter maar de vraag of conflicten in de verhaalwereld noodzakelijk zijn voor een goed leven daarbuiten in de gebeurtenissenwereld. Mensen vertellen elkaar immers al millennia lang verhalen en doen dat vaker niet dan wel in gemeenschappen die zo individualistisch en agressief zijn als de onze. Verhaalwereld en gebeurtenissenwereld zijn dus niet onderling inwisselbaar, je kunt je intenties niet onverkort verzilveren (ik geloof dat het desondanks proberen daarvan tegenwoordig ‘manifesteren’ heet). Tot voor kort hadden confrontaties in verhalen vooral een pedagogische don’t try this at home boodschap. Hierbij wordt de hoofdpersoon niet per se een betere versie van zichzelf (dit is als Bildung een relatief nieuw verschijnsel vanaf de Romantiek), maar is het het publiek dat wijzer wordt. Vermoedelijk had je lange tijd betere overlevingskansen als je niet probeerde als held in een verhaal terecht te komen; enorme risico’s nemen en move fast break things heroïek is domweg tja, dom. Ieder wezen in het wild weet dat roekeloosheid snel wordt afgestraft of komt daar net als Dylan te laat achter. In die zin wijkt The Wolf, the Fox & the Leopard af van de hedendaagse structuur van het op persoonlijke groei en ontwikkeling gerichte personage; in deze (misschien wel ‘anti-manifest’ te noemen) film zijn de personages vooral hardleers en is het aan ons, publiek, om hieruit lering te trekken – wat ik in deze analyse dan ook probeer te doen.

Ook zelfoverwinning is cultureel breder verspreid dan in de verhaalcultuur van Bildung. Veel culturen kennen initiatieriten die transformaties begeleiden. Het verschil is dat degene die de rite ondergaat in een samenhangende gemeenschap wordt opgenomen. Als het collectief louter onderlinge concurrentie tussen individuen voorstaat en beloont, dan staat op voorhand want statistisch vast dat de overgrote meerderheid gevormd zal zijn door verliezers. Dit is echter een cultureel verschijnsel en geen biologische noodzakelijkheid. Met andere woorden: het zijn niet onze genen die van ons zero-sum-gamers maken, het zijn onze omstandigheden en die zijn ten minste deels van eigen makelij en dus veranderbaar.

Samengevat zijn confrontaties in verhalen dus bedoeld om niet echt te laten gebeuren en is een werkelijk geslaagde zelfoverwinning niet bedoeld om in verhalen terecht te komen. Er zijn zeker relaties tussen verhaalwereld en gebeurtenissenwereld, maar deze zijn complexer dan het monocausale ik-wil-dus-het-gebeurt denken doet vermoeden. Zo bezien is de opdracht om de held van je eigen verhaal te worden een nieuwe, nu narratieve gevangenis om uit te ontsnappen.

Wolven en mensen
Nu is het zo dat wolven een slecht gekozen analogie vormen voor de aldus door Hobbes beschreven mens in natuurstaat. Wolven staan bekend om hun voorbeeldige gezinsleven, ze zijn loyaal, sociaal en de verdeling van posities binnen de roedel is voor iedereen gepast. Onderdeel van de opvoeding is dat welpen onder toeziend oog van de alfaman initiatieven ontplooien voor de door de hele roedel te volgen koers. Correcties zijn speels, tactiel en niet bedoeld als straf maar om van te leren. Dat de roedel van het wolvenmeisje Dylan aanvalt is uitzonderlijk. Wolven zijn schuw en mijden contact met mensen. Dat Dylan toch gegrepen werd, komt misschien doordat hij zich in hun territorium bij hun verse prooi bevond.

De relatie tussen wolven en hun prooi is overigens een wezenlijke dynamiek voor een ecologisch gezond landschap. Roofdieren halen, anders dan de beschaafde mens, hun vlees niet bij de supermarkt, zij bejagen en doden het zelf. Gezonde en snelle dieren zijn lastig te vangen, dus doen ze het met oude en zwakke dieren. Daardoor houden ze de prooipopulatie binnen de perken en gezond, maar ook alert. Anders dan de beschaafde mens halen prooidieren hun groenvoer namelijk niet bij de supermarkt, maar zoeken en beknabbelen ze dat zelf. Zonder dreiging blijven ze op dezelfde plek tot alles op is, met dreiging zijn ze constant beweeglijk en krijgt vegetatie tijd om te groeien.

Oude nieuwe familie
Nadat ze uit haar eerste familie is geroofd, wordt wolvenmeisje voor onderzoek in een laboratorium ondergebracht. Een van de wetenschappers daar is Takanara. Zij zoekt toenadering, probeert haar gerust te stellen en stelt zich voor door haar naam te zeggen. Haar collega’s manen haar tot meer wetenschappelijke afstand. Hoe dan ook blijft wolvenmeisje niet lang, want ze wordt opnieuw geroofd, dit keer door twee mensen die een vos- en een luipaardmasker dragen en haar meenemen naar hun oord, een voormalig booreiland. Op dit symbool van de oude wereld willen zij, die zich Moeder en Vader noemen, een nieuw begin maken met het wolvenmeisje, dat ze Eén noemen, waaruit al het nieuwe kan ontstaan. De belofte van wolven om ecosystemen te herstellen is misschien de aanleiding geweest voor Vos en Luipaard om het haar uit het laboratorium te stelen. Ze voorzien het einde van de oude wereld en willen een nieuw soort mens maken, iemand die ecosystemen kan herstellen en in de nieuwe wereld kan floreren.

Moeder en Vos, Vader en Luipaard zijn zelfgekozen namen en maskers, dus daar hadden Wyona en Ellias eigen bedoelingen mee. Moeder en Vader lijkt nogal eenvoudig te verwijzen naar de gezinsstructuur waarin ze Eén willen opvoeden tot nieuw mens. Zoals gezegd gaat de opvoeding in een roedel speels en is die sociaal. De opvoeding van Moeder en Vader is dat niet. Ze beginnen liefdevol en toegankelijk, maar de liefde voor hun ideologie blijkt sterker dan die voor het met hen levende wezen, dat tot dan toe een andere opvoeding was gewend en eigen wensen kenbaar maakt. De nieuwe opvoeding is daarentegen gericht op gehoorzaamheid, daar horen geen eigen ideeën bij.

Vooral Moeder wordt steeds fanatieker. Zij heet Wyona en dat is een Lakota Sioux naam die ‘eerstgeboren dochter’ of ‘voor altijd eerste’ betekent. De naam verwijst naar kracht, leiderschap en een diepe verbondenheid met tradities en erfgoed. Maar over welke tradities en erfgoed hebben we het dan? Hoewel haar naam van inheemse origine is en ze in de opvoeding rituelen rond zonaanbidding inroostert, ontwikkelt ze zich gaandeweg tot toonbeeld van de puriteinse pelgrims die met de Mayflower als kolonisten aankwamen om een nieuwe wereld te scheppen; ten koste van de oorspronkelijke bewoners, zoals zou blijken. Deze transformatie is ook zichtbaar in haar kleding. Droeg zij in eerste instantie loszittende, kleurige kleding die je op hippiefestivals kunt kopen, op het toppunt van haar frustratie lijkt ze haar haar in een kuise knot te hebben en draagt ze een zwart vest met daarover een wit kraagje.

Trouw in gradaties
Dat toppunt van frustratie bereikt Moeder als ze ontdekt dat Vader, haar man Ellias, seks heeft gehad met Eén. Ellias is een Hebreeuwse naam, die ‘Jahweh is mijn God’ betekent en staat voor trouw, toewijding en diepe spirituele verbinding. Buitenechtelijke seks met een adoptiedochter doet die naam niet echt eer aan. Met veel fantasie kun je er een speelse correctie in zien, Eén heeft immers uit eigen frustratie een kat overboord gegooid, maar dat vraag wel erg veel fantasie, in elk geval van Moeder. Waar in de inheemse cultuur van de First Nations de wolf met respect wordt gezien als een collega-jager, ziet zij Eén nu met haar puriteinse ogen als concurrent.

Ook op een ander front is Ellias haar ontrouw geweest. Er is nog een andere man op het platform, Araav. Hoe Araav daar is terechtgekomen, vermeldt de historie niet (de film legt sowieso weinig uit, ook niet hoe bijvoorbeeld een mensenkind tussen wolven is beland). Een aannemelijke scenario is dat hij als laatste van de bemanning is overgebleven. Daarmee verwijst zijn aanwezigheid naar de oorspronkelijke bevolking die kolonisten sinds eeuwen telkens maar weer aantreffen als ze een plek willen innemen. Ellias wil hem niet laten gaan, want vindt hem nog te veel ‘oude wereld’ (mooie omkering); maar hij kan hem ook niet doden, zoals Wyona wil. Op een dag vindt Eén hem en ze ontwikkelen een vriendschappelijke band. Araav is een Hindoenaam die ‘vreedzaam, kalm geluid’ betekent. Daarvan is binnen het ‘gezin’ steeds minder sprake, inmiddels lopen de spanningen luidkeels op en wordt Vos sluwer en Luipaard krachtiger – aldus de verhaalstem die alle ontwikkelingen vanaf het begin van de film ondertitelt. Als Eén aan tafel vraagt wat een gevangene is, weet Moeder dat ze dit nieuwe woord alleen van hun eigen gevangene kan hebben geleerd. Uit frustratie over de ruzie die daarop volgt, gooit Eén dus die kat overboord, op de straf die daarop volgt zoekt ze troost bij Vader, dat wordt seks en in de chaos van de ruzie die daar weer op volgt bevrijdt ze Araav, die belooft versterking te halen en voor haar terug te komen. Hij houdt woord en is daarmee naast de wolven de enige die op haar hand, loyaal en betrouwbaar is.

Water en zuivering
De nieuwe wereld laat op het booreiland dus nog even op zich wachten. De Bijbelse lading van de zelfverkozen dierlijke alter-ego’s is dat zowel de vos als de luipaard een bedrieger, duivel en valse profeet is. De nieuwe wereld van Vos en Luipaard is dus een valse profetie: er komt geen nieuwe wereld voort uit hen die blijven doen wat ze deden, namelijk temmen en de wereld naar hun verhaal willen vormen. De symboliek is echter niet geheel eenduidig als we ook buiten de Bijbel kijken. Bij inheemse culturen uit de Amerika’s is de vos ook een intelligente genezer en een shape shifter, en de luipaard staat in de latere Europese middeleeuwen ook voor morele transformatie. In het geval van Vos en Luipaard zien we inderdaad transformatie, maar niet echt via een ander, nieuw inzicht. Net als Dylan worden ze een karikatuur in de volharding van hun ideologische inzet. Ze worden als het ware zuivere – in de zin van eenkennige/oogkleppige – aanhangers van waar ze in geloven, namelijk dat de mens auteur is van het eigen leven en dat deze auteur ten koste van alles recht heeft op het beste verhaal. Hun transformatie is als het ware implosief, een zichzelf versterkende lus naar binnen.

Naast de ecologische betekenis van de wolf voor het herstel van ecosystemen is er nog een andere reden waarom wolvenmeisje voor haar adoptieouders een logische keuze is. Zij willen immers de mensheid zuiveren van alle onreinheden die ze in de loop van haar geschiedenis op zich heeft geladen, in zich heeft toegelaten. In de alchemie wordt Lupus metallorum of Grijze wolf gebruikt om goud te zuiveren. De benaming verwijst naar het risicovolle gebruik van het zeer giftige en onvoorspelbare chemisch element antimoon (symbool Sb en atoomnummer 51). Ook Eén blijkt volatiel: het lukt maar niet om grip op haar te krijgen. De eigenzinnigheid die haar eerste adoptiegezin aanmoedigde met ruimte voor experimenteergedrag, wordt in haar tweede adoptiegezin geïnterpreteerd als ongehoorzaamheid die bedwongen moet worden. De poging om uit het mengsel wolfmens een nieuwe, zuivere mens te destilleren door de wolf te elimineren loopt volledig uit de hand of klauwen. De beoogde transformatie explodeert doordat een wolf niet met wolf is te bestrijden (daarvoor is dit dier te sociaal, de wolf is de wolf een mens niet); maar ook doordat je je verhaalwereld nu eenmaal niet tot gebeurtenissenwereld kunt transformeren door van die laatste de logica en structuren op die eerste af te dwingen.

Na de bevrijding van Araav door Eén, weten Vos en Luipaard dat hun dagen op het olieplatform geteld zijn. Vos commandeert iedereen naar het helikopterdek voor een laatste zuiveringsritueel: ze moeten allemaal een emmer zeewater drinken. Waarschijnlijk is het water bij een booreiland hevig vervuild met olie, dus voor een zuiveringsritueel niet echt geschikt – wat symbool staat voor de algeheel gebrekkige logica waartoe ideologische verblinding kan leiden. Hoe dan ook is de emmer (als uitvergrote beker) leegdrinken ook een Bijbelse verwijzing naar de lijdensbeker van Jezus, die hij niet voorbij kan laten gaan wil hij daadwerkelijk een kans maken op de redding van de mens. In andere geloofssystemen is zeewater drinken een medicijn tegen hartzeer na een moeilijke breuk of een middel om diepe rouw of depressie mee af te sluiten. Hoe dan ook, niemand van de drie krijgt de emmer helemaal leeg, maar dat is misschien ook niet de bedoeling. Na een paar ferme slokken en teugen blijkt het zeewater te dienen als braakmiddel en spugen Moeder en Vader hun schuldbekentenissen uit; ieder van beiden wil degene zijn door wiens zonde het zo gezochte paradijs er niet van komt. Dit is begrijpelijk binnen hun culturele speelveld, want daarin het is beter om actie, desnoods als dader in zonde, te tonen dan als slachtoffer zoals Dylan niet aan de ontwikkeling van het verhaal bij te dragen.

Ongekunsteld
Nadat Eén is gered van het booreiland wordt ze Alice, die als kassière werkt bij een supermarkt en rijles heeft. Daar trekt ze de amoureuze aandacht van ene Dan, die haar mee uit vraagt. Het is duidelijk dat Alice geen benul heeft van de gangbare betrekkingen in de cultuur waarin ze nu weer is terechtgekomen. Na de wolven heeft ze alleen sociale betrekkingen met mensen ervaren in de extreme omstandigheden van het laboratorium van de wetenschappers en op het booreiland, dat door haar isolement en het door Moeder en Vader geïnitieerde experiment ook als laboratorium voor de nieuwe mens zou kunnen gelden. Met andere woorden: Alice kent mensen, buiten Araav, eigenlijk alleen als wezens die via kunstmatige bewerking tot iets zuivers willen komen – wat best een paradox is.

Ze accepteert Dans uitnodiging en lijkt zijn aandacht, net als die van collega’s op haar werk, emotieloos te ondergaan. Meer dan dat ze reageert zoals cultureel van haar verwacht wordt, bijvoorbeeld door de ander positief te bekrachtigen, als vrouw voortdurend te glimlachen en belangstelling te tonen, observeert en registreert ze, aanvankelijk zonder merkbaar oordeel maar wel – door ervaring wijzer – op haar hoede. Haar naam ‘Alice’ lijkt te verwijzen naar het boek van Lewis Carroll, Alice in Wonderland, en wellicht zijn de mensen die ze tegenkomt in haar perceptie even vertekend als de personages in dit beroemde verhaal. Een directe verwijzing hiernaar is van de vertelstem: “Ze viel almaar dieper in het konijnenhol van door de mens gemaakt illusies.”

Toch moeten we niet zo maar op de alwetendheid van deze stem vertrouwen, zoals later zal blijken (het gebrek aan uitleg omtrent Araav en het wolvenmeisje is al een indicatie dat de verteller allicht niet alwetend is). Er zit meer aan lagigheid in deze film dan de vertelstem kan blootgeven (tenslotte is ook deze stem ondergeschikt aan David Verbeek, schrijver/verfilmer en als zodanig eindverantwoordelijke voor deze vertelling en de omissies daarin – of weet hij zelf ook niet alles, zit de échte verteller ergens achter/onder/naast/… hem?). Zo is Alice ook een Germaanse naam, die ‘van edele afkomst’ betekent en verwijst naar elegantie en waardigheid. Met deze naam gaan we in het verhaal richting einde en daarmee, door de ringstructuur, terug naar het begin van het meisje dat opgroeide tussen de wolven. Door haar nieuwe naam en ringstructuur krijgen deze dieren een eervolle vermelding. Het gaat immers over de edele afkomst, niet de edele bestemming. De pogingen van Vos/Wyona en Luipaard/Ellias om Wolf/Eén te ver-edelen, zijn daardoor beter te begrijpen als een ont-edelingsproces.

Zo bezien is Alice ook te interpreteren als de edele wilde naar wie Jean-Jacques Rousseau snakte. Rousseau wordt vaak aangehaald als tegenpool van Hobbes. Waar Hobbes aandringt op beschaving omdat de mens van nature slecht is, meent Rousseau dat de mens van nature goed is en juist door beschaving verslechtert. En waar de ideale mens van Hobbes de onderworpen mens is, idealiseert Rousseau de noble sauvage. Hierbij legt hij een direct verband tussen wild en dier: “Overal ligt de mens in de ketenen, maar in de natuur zijn dieren nog vrij en spontaan. Dieren hebben geen last van gepieker, gesomber en kritische distantie. Ze lijden ook niet onder opgelegde normen en waarden. Dieren zijn puur.” Maar net zoals Hobbes met zijn “de mens is de mens een wolf” laat zien niet echt weet te hebben van wolven, toont Rousseau hiermee gebrekkige kennis van het dierenrijk (en overigens ook van inheemse culturen). Ook zijn nobele wilde, hetzij dier hetzij mens, is dus een fictie, een vereenvoudiging die geen recht doet aan de complexiteit van menselijke en niet-menselijke culturen die normen en waarden ontlenen aan ecologische regels en wetmatigheden.

Aan de oordeelloosheid van Alice komt een eind wanneer ze ontdekt dat haar levensverhaal het onderwerp is van een nieuw uitgekomen boek. Als ze haar mensenouders bezoekt, één voor één in hun afzonderlijke gevangenissen, zegt Moeder/Vos/Wyona dat ze alles bij elkaar heeft gelogen en is Vader/Luipaard/Ellias vooral euforisch omdat ‘we’ gewonnen hebben want ‘ons’ verhaal wordt verteld. Het is duidelijk dat Alice dit enthousiasme niet deelt, geen deel uitmaakt van deze ‘we’ en ‘ons’, maar des te prominenter haar ervaring als wolvenkind weer in zich voelt opwellen. Als dan Dan ook nog zegt dat zij een heel bijzonder verhaal is, is de maat vol en trekt ze haar eigen plan voor een einde.

Monsters bij eindtijd
De naam ‘Dan’ is een afkorting van Daniel en kan daarmee opnieuw naar de Bijbel verwijzen. Volgens de profeet Daniël (‘God is mijn rechter’) is de luipaard een van de vier beesten die bij de Apocalyps uit de zee zullen verschijnen. Bovendien verwees, zoals gezegd, Hobbes met zijn Leviathan naar een Bijbels zeemonster. Ook bij de tweede komst van Jezus, die daarmee de Apocalyps of eindtijd inluidt, is de Leviathan van de partij.

Het zeemonster verschijnt voor het eerst aan het eind van boek Job, als de verbitterde Job alles heeft verloren. Krokodil, slang, draak, de bijbelgeleerden strijden nog over welk dier het is, of misschien is het een abstract verschijnsel dat verwijst naar de duivel of chaos; hoe dan ook geldt het als bewijs van Gods almacht, die als enige de Leviathan kan doden. In een wereld van oorlog van allen tegen allen wordt de samenleving volgens Hobbes een samengesteld, meervoudig wezen dat oncontroleerbaar en daarmee beangstigend is. De enige kans op redding is de onderwerping aan een soevereine macht; in de Bijbel is dat God, bij Hobbes is dat de monarch.

Ook bij Gramsci, die qua levensvisie niet meer had kunnen verschillen van Hobbes dan water van vuur, zien we monsters bij de eindtijd: “The old world is dying, and the new world struggles to be born: now is the time of monsters.” En hoewel Hobbes en Gramsci verschillen in opvatting over de zogenaamde civiele samenleving – de eerste vindt dat die zich moet onderwerpen, de tweede dat die in opstand moet komen – vinden ze allebei in het beeld van het monster iets dat van nature wild, chaotisch want meervoudig is. Als meervoudig wezen is een monster nooit ‘zuiver’ (enkel-/eenvoudig) in de platonische ideeënleer, waarin essenties zijn losgemaakt van hun aardse dit-heid. Het aardse leven is in dit denken veroordeeld tot monsterlijke mengvormen en moet gedisciplineerd worden. De etymologie van ‘discipline’ legt een relatie met tucht door het geselkoord als grondvorm van hoe tot menselijkheid te komen: westerse opvoeding, onderwijs en wetenschap worden zo herkenbaar als temmingstechnologieën, die als doel hebben uit het ruwe, monsterlijke materiaal de ware mens te laten verschijnen. In de gezinsstructuur op het boorplatform werd het wolvenmeisje gevormd tot nieuwe mens – in een poging gedoemd om te mislukken, want wie zuiverheid in het extreme najaagt blijkt als karikatuur niet bestand tegen de aardse werkelijkheid, die door haar dynamische variatie altijd onvoorspelbaar blijft en daarom meervoudigheid vereist.

Wolvendiplomatie
Op het apocalyptische punt waar Hobbes, Rousseau en Gramsci elkaar kruisen, wat kunnen we daar doen? De meeste mensen in de film zoeken de oplossing in de verhaalwereld zelf, maar brengen daarin geen vernieuwing doordat ze de structuur van de reis van de held aanhouden en die op de gebeurtenissenwereld proberen te projecteren – de koppige volharding hierin is wat van hen een karikatuur maakt. Daarmee zuiveren ze de verhaalwereld van alle andere varianten die menselijke gemeenschappen ook hebben gevormd of nog zouden kunnen vormen. Deze reductie tot een fictieve zuivere vorm is, zo laat deze film zien, geen levensvatbare oplossing. Net als elke andere monocultuur is een narratieve monocultuur niet bestand tegen veranderingen doordat alle creatieve vermogens om tot nieuwe aanpassingen te komen eruit gekweekt of geranseld zijn. Het loopt in elk geval niet goed af met de mensen uit de cultuur van de verhaalideologie doordat zij als karikaturen te weinig wendbaar zijn. Ze lijken zich al dan niet bewust of vrijwillig te onderwerpen aan die ideologie en daarmee laten ze zich determineren tot rolpatronen, met als enige vrijheid – maar niet heus – de mogelijkheid om zelf de rol te kiezen. Dat is de narratieve gevangenis waarover ik het eerder had.

Voor wat wel levensvatbaar is, kunnen we bij de andere personages terecht. De enige echte bevrijding, van Araav en Eén die elkaar daarbij helpen, was niet ideologisch geïnspireerd maar ingegeven door lijfsbehoud, een element dat thuishoort in de gebeurtenissenwereld en niet in de verhaalwereld van het boven-jezelf-uitstijgen genre. We kunnen dus op zoek naar verhalen die niet meervoudigheid opheffen, maar juist intact laten. Dat brengt ons bij verhalen die niet de zero-sum of-of logica hebben, maar een en-en voorbeeld stellen. We moeten monsters anders gaan waarderen.

In diverse culturen zijn er figuren die deels mens en deels iets anders, meestal dier zijn. Zo kennen we de weerwolf die een deel van de tijd als wolf door het leven gaat en een deel van de tijd als mens. In de meeste verhalen over weerwolven loopt het slecht af als de meervoudigheid wordt opgeheven door bijvoorbeeld de wolvenvacht in het vuur te gooien. Zolang iets dergelijks niet gebeurt, schippert de weerwolf tussen twee werelden en zouden we deze dubbelfiguur kunnen zien als diplomaat – niet ten dienste aan een van beide werelden, maar aan de noodzaak dat meerdere werelden tegelijkertijd mogelijk blijven. Het monster geldt dan als a-zuiver feit (en zuiverheid als fictie, met feitelijke destructieve kracht). Ook antimoon is een dubbelzinnig element, dat fysisch op metaal lijkt en chemisch iets anders is. Het was bruikbaar voor de alchemist, omdat het alle metalen behalve goud vernietigt en dus alle onzuiverheden verslindt – soms inclusief de alchemist zelf.

Een wolf gebruiken is dus gevaarlijk, maar zou je met wolven kunnen samenwerken? Om serieus met dit idee te spelen, moeten we volgens de Dao cultuur/beschaving en natuur/wildheid niet als tegenstelling nemen. Ook dieren en planten leren en daarmee creëren ze (meersoortige) gemeenschappen die onderling regels voor overleven overleveren, culturen overdragen. Cultiveren is dan niet natuur temmen door wildheid eruit slopen, maar je ontdoen van en niet inlaten met flauwekul, illusies, onwaarheden, roekeloosheid of, positief geformuleerd, de regels voor meersoortig samenleven volgen. Cultuur/beschaving en natuur/wildheid vormen dus hoogstens een schijntegenstelling. Als er al een tegenstelling relevant is, dan is het die van wat Tyson Yunkaporta Right Story Wrong Story noemt in zijn gelijknamige boek. Right Story is verbonden aan de wetten van Land, Wrong Story wordt verteld door mensen die anderen misleiden om er zelf beter van te worden. Hobbes, Rousseau en ook Gramsci, hun verhalen gaan over hiërarchie die in de louter-mensen wereld op het spel staat. En hun verhalen zijn, door de impact die ze hadden en hebben op moderne instituties als onderwijs, zorg, de markt, wetenschap en politiek, stilaan de onze geworden, wij die door deze instituties gevormd worden en collectief lijken vergeten te zijn dat onze mensenwereld verweven is in een meer-dan-alleen-menselijke wereld, Land, waar relaties mee te onderhouden zijn.

Alice had een uitstekende diplomaat kunnen worden door haar meervoudige afkomst van mens tussen de dieren en dier tussen de mensen, maar haar wolfkant moest en zou weg opdat haar louter-nieuwe-mens-zijn overbleef, zij zuiver mens was. In deze zuivere vorm had zij de mensheid voor moeten gaan, een leider moeten worden. Een leider is een voorbeeld van één soort, maar de film laat steeds opnieuw zien hoe het terugbrengen van veel tot één onmogelijk is door elke poging daartoe te laten stranden, hetzij in de maag van de wolf, hetzij in de gevangenis. Als diplomaat had Alice echter kunnen wijzen naar de meerstemmigheid van de meer-dan-alleen-menselijke wereld, had ze kunnen experimenteren met het herintroduceren van mensen in die wereld (dát is pas rewilding!), had ze daarin misschien aan de redding van de mensheid kunnen samenwerken: de ontsnapping uit het keurslijf van het heldenepos, de bevrijding die narratieve variatie kan bieden, of zelfs het opgeven van het idee dat het leven op Aarde louter een kwestie is van mens-en-verhalen. Wie in dit laatste idee gelooft, wordt in deze film zichtbaar als gemaskerd en als onzuiverheid afgevoerd. Moeder/Vos/Wyona en Vader/Luipaard/Ellias komen er relatief genadig van af met een gevangenisstraf, Dylan wordt zonder genade door de wolven verslonden. Dit brengt me bij het einde van deze film.

Aan het eind
Zoals gezegd heeft het verhaal een ringstructuur en vertoont het einde overeenkomsten met het begin. Dat einde is voor Takanara, die de hele film door het verhaal als alwetende verteller heeft ondertiteld. Deze ondertiteling blijkt niet meer te zijn dan het boek dat ze heeft geschreven nadat Vos en Luipaard hun verhaal over Wolf hebben verkocht.

Alice, die inmiddels duidelijk genoeg heeft van die hele verhaalideologie, zoekt Takanara op en wordt na aanbellen binnengelaten door een menshoge robot, die haar controleert op wapens en verborgen bedoelingen. Ook vertaalt hij de Japanse woorden van Takanara, inmiddels een oude vrouw. In verhaaltheorie zijn oude vrouwen vaak wijs en spelen zij een rol als helper van de held. Zij biecht dan ook op dat ze liever het verhaal uit de mond van Alice zelf had opgetekend, zij is immers de echte held van dit verhaal. Toch heeft dit haar er niet van weerhouden met Vos en Luipaard in zee te gaan voor deze bestseller. Ook Takanara gebruikt dus een ander om er beter van te worden. In een paar sprongen is Wolf bij haar hals. De met bloed bespatte robot kan Takanara niet helpen. Tegen de nachtelijke skyline zien we een rustig kauwende Wolf.

Epiloog: de zondvloed
De naam ‘Dylan’ betekent grote vloed. In de laatste scène loopt Wolf naakt terug het bos is, gevolgd door een immense golf. In de Germaanse cultuur is de wolf een toekomstvoorspeller.

Wie voelt zich gewaarschuwd door dit einde?

Moet de mens streven naar zuiverheid in haar eigen essentie? Of in het reine komen met andere soorten? Waarschijnlijk allebei, maar richten we ons nu te eenzijdig op dat eerste, met daarbinnen een fatale narratieve reductie tot solistische heroïek ten koste van elkaar en feitelijk ook jezelf. De film laat daar de gevolgen van zien en de geschiedenis zal leren hoe profetisch dat is. In de tussentijd houd ik dat tweede onder onze aandacht, opdat we niet vergeten dat wij niet alleen zijn en meersoortige diplomatie daarom van wezenlijk belang is.


The Wolf, the Fox & the Leopard (2025) | David Verbeek

De foto is van het beeld De wolvin en de eik van Suzanne Willems.

Ik ben geen robot :-)
iets doneren = mijn werk waarderen
waarvoor mijn medemenselijke dank

Ja, ik doneer graag!