Floor Basten

Independent scholar, cat addict, tattoo lover

Wolvendiplomatie

Reflecties naar aanleiding van The Wolf, the Fox & the Leopard
Let op: spoiler alerts

Op de filmposter draagt iedereen een wolvenmasker, behalve het meisje dat opgroeide tussen de wolven. Dit beeld vat ook het motto van de film samen: wie opgroeit in de hedendaags dominante mensencultuur draagt een masker, speelt een rol. Dat motto is niet zonder waarschuwing in deze film: er is geen happy ending voor wie zich vereenzelvigt met de ideologie van het leven als verhaal. In die zin is de film volgens mij ook een kritiek op het al te humanistische en neoliberale bevel de held van je eigen verhaal te worden, of – nog een graad aanmatigender – de alwetende verteller die zich het levensverhaal van een ander toe-eigent.

In deze reflexieve analyse verweef ik verhaaltheorie met politieke filosofie om iets sociologisch te kunnen zeggen over ons tijdsgewricht. Hiermee past mijn analyse als voorbeeld van narratieve sociologie bij wat C. Wright Mills the sociological imagination noemde in zijn gelijknamige boek uit 1959.

In den beginne
De structuur van de film is een ringvorm, waarbij begin en einde elkaar raken en de cirkel als het ware rond is. Dat begin is voor Dylan, die zijn oma bezoekt. Hij schetst haar zijn kansloze wereld en frustraties daarover, zijn ambitie om wél iemand te worden en plan om daarvoor een tocht door het bos te maken, confrontaties te overwinnen en er beter uit te komen. Zijn relaas projecteert de reis van de held, het verhaalgenre dat we nauwelijks nog als genre herkennen omdat het zo ideologisch diep in de haarvaten van onze geïndividualiseerde prestatiemaatschappij zit. Ook Dylan vereenzelvigt zich ermee en wil in het bos onderzoeken hoe en welke held hij kan worden in een alsnog groots en meeslepend verhaal. Toch is hij daarvoor eerst nog even afhankelijk van zijn vriendin, met wie hij het wil uitmaken maar ja, zij heeft een auto en die is nodig om bij de natuur te komen. Dat uitmaken doet hij dus pas aan de rand van het bos, waar hij ruziënd uitstapt en zij hem nijdig wegscheurend achterlaat. Daar staat hij dan: klaar voor zijn avontuurlijke zelfoverwinning. Alleen, daar komt het niet van. Het bereik op zijn telefoon is beperkt, de batterij loopt leeg, hij verdwaalt kortom en wie in een bos verdwaalt, kan volgens het sprookjesgenre rekenen op problemen. Aldus geschiedde. Hij stuit op een roedel wolven en exit Dylan zonder lang en gelukkig leven. Voor nu even goed om te onthouden: zijn gelijkschakeling van ‘leven’ met ‘verhaal’ maakt van hem een karikatuur, hij gebruikt een ander om er zelf beter van te worden, en techniek heeft hem niet kunnen redden. En omdat namen in deze film niet betekenisloos zijn, is het goed om te weten dat de naam ‘Dylan’ in het Welsh ‘koorts’ en ‘grote vloed’ betekent.

Verhaal als zelfbevrijding
De jonge man met ambities blijkt dus niet de held van het verhaal te worden, maar is wel degene die de rest van de ontwikkelingen in gang zet. Er wordt namelijk een zoekactie naar hem op touw gezet en niet alleen zijn deels geconsumeerde lichaam wordt gevonden, maar ook het wolvenmeisje, een in deze roedel opgegroeid mensenkind. Ze wordt door Dylan, zij het indirect want los van zijn intenties, de wereld binnengetrokken van zijn cultuur, die dus het leven als was het een verhaal wil kunnen vormgeven. Dit is de cultuur van het collectieve verhaal over de mensheid die zichzelf bevrijd heeft van de beperkingen die de natuur haar oplegt; en binnen dit collectieve zelfbevrijdingsverhaal probeert op haar beurt eenieder als individu zich met een goed verhaal over zichzelf te bevrijden van de beperkingen die deze culturele wereld en het leven daarbinnen opleggen.

“De mens is de mens een wolf”, meende Hobbes, schrijver van Leviathan, een titel die verwijst naar een Bijbels zeemonster. In dit boek beschrijft hij de natuurtoestand van menselijk gedrag, dus zonder beschaving. En zonder beschaving zijn we volgens Hobbes allemaal uit op het bevredigen van onze eigen belangen en verlangens, ten koste van elkaar. Niet alleen Dylan is hiervan een voorbeeld, iedereen in de film is dat – behalve het wolvenmeisje en Araav, die allebei sociaal gedrag vertonen ten gunste van elkaar.

De Hobbesiaanse onderlinge concurrentie en elkaar de loef af willen steken leiden tot confrontaties, die op hun beurt de beste verhalen zouden opleveren: hoe heftiger de confrontatie des te knapper de overwinning en sterker de held. Sommige verhaaltheoretici stellen dat een verhaal zonder conflict niet bestaat. Als jouw cultuur dan voorschrijft dat je de held van je verhaal moet worden, dan zoek je de conflicten en confrontaties op die voor de beste versie zorgen. En als iedereen dat doet – het is immers een cultureel verschijnsel en geen individuele psychose – dan gebruikt iedereen iemand anders om betere verhalen over zichzelf te vertellen, is het verlies van de een de winst van de ander en ontstaat een oorlog van allen tegen allen – precies wat Hobbes voorspelde en misschien zelfs als selffulfilling prophecy ontwierp.

Narratieve gevangenis
Het is echter maar de vraag of conflicten in de verhaalwereld noodzakelijk zijn voor een goed leven daarbuiten in de gebeurtenissenwereld. Mensen vertellen elkaar immers al millennia lang verhalen en doen dat vaker niet dan wel in gemeenschappen die zo individualistisch en agressief zijn als de onze. Verhaalwereld en gebeurtenissenwereld zijn dus niet onderling inwisselbaar, je kunt je intenties niet onverkort verzilveren (ik geloof dat dit tegenwoordig ‘manifesteren’ heet). Tot voor kort hadden confrontaties in verhalen vooral een pedagogische don’t try this at home boodschap. Hierbij wordt de hoofdpersoon niet per se een betere versie van zichzelf (dit is als Bildung een relatief nieuw verschijnsel vanaf de Romantiek), maar is het het publiek dat wijzer wordt. Vermoedelijk had je lange tijd betere overlevingskansen als je niet probeerde als held in een verhaal terecht te komen. In die zin wijkt The Wolf, the Fox & the Leopard af van de hedendaagse structuur van het lerende, reflecterende en op persoonlijke groei gerichte personage; in deze (misschien wel ‘anti-manifest’ te noemen) film zijn de personages vooral hardleers en is het aan ons, publiek, om hier lering uit te trekken – wat ik in deze analyse dan ook probeer te doen.

Ook zelfoverwinning is cultureel breder verspreid dan in de verhaalcultuur van Bildung. Veel culturen kennen initiatieriten die transformaties begeleiden. Het verschil is dat degene die de rite ondergaat in een samenhangende gemeenschap wordt opgenomen. Als het collectief louter onderlinge concurrentie tussen individuen voorstaat en beloont, dan staat op voorhand vast dat de overgrote meerderheid gevormd zal zijn door verliezers. Dit is echter een cultureel verschijnsel en geen biologische noodzakelijkheid. Met andere woorden: het zijn niet onze genen die van ons zero-sum-gamers maken, het zijn onze omstandigheden en die zijn tenminste deels van eigen makelij en dus veranderbaar.

Samengevat zijn confrontaties in verhalen dus bedoeld om niet echt te laten gebeuren en is een werkelijk geslaagde zelfoverwinning niet bedoeld om in verhalen terecht te komen. Er zijn zeker relaties tussen verhaalwereld en gebeurtenissenwereld, maar deze zijn complexer dan het monocausale ik-wil-dus-het-gebeurt denken doet vermoeden. Zo bezien is de opdracht om de held van je eigen verhaal te worden wellicht een nieuwe narratieve gevangenis om uit te ontsnappen.

Wolven en mensen
Nu is het zo dat wolven een slecht gekozen analogie vormen voor de aldus door Hobbes beschreven mens in natuurstaat. Wolven staan bekend om hun voorbeeldige gezinsleven, ze zijn sociaal en de verdeling van posities binnen de roedel is voor iedereen gepast. Onderdeel van de opvoeding is dat welpen onder toeziend oog van de alfaman initiatieven ontplooien voor de door de hele roedel te volgen koers. Correcties zijn speels, tactiel en niet bedoeld als straf maar om van te leren. Dat de roedel van het wolvenmeisje Dylan aanvalt is uitzonderlijk. Wolven zijn schuw en mijden contact met mensen. Dat Dylan toch gegrepen werd, komt misschien doordat hij zich in hun territorium bij hun verse prooi bevond.

De relatie tussen wolven en hun prooi is overigens een wezenlijke dynamiek voor een ecologisch gezond landschap. Roofdieren halen, anders dan de beschaafde mens, hun vlees niet bij de supermarkt, zij bejagen en doden het zelf. Gezonde en snelle dieren zijn lastig te vangen, dus doen ze het met oude en zwakke dieren. Daardoor houden ze de prooipopulatie binnen de perken en gezond, maar ook alert. Anders dan de beschaafde mens halen prooidieren hun groenvoer namelijk niet bij de supermarkt, maar zoeken en beknabbelen ze dat zelf. Zonder dreiging blijven ze op dezelfde plek tot alles op is, met dreiging zijn ze constant beweeglijk en krijgt vegetatie tijd om te groeien.

De belofte van wolven om ecosystemen te herstellen is misschien de aanleiding geweest voor Vos en Luipaard om het wolvenmeisje uit het laboratorium te stelen, waar ze door wetenschappers onderzocht werd nadat ze uit het bos was gehaald en van haar eerste familie was gestolen. Vos en Luipaard voorzien het einde van de oude wereld en willen een nieuw soort mens maken, een mens die ecosystemen kan herstellen en in de nieuwe wereld kan floreren.

Oude nieuwe familie
Een van de wetenschappers uit het laboratorium is Takanara. Zij zoekt toenadering tot het wolvenmeisje, probeert haar gerust te stellen en stelt zich voor door haar naam te zeggen. Haar collega’s manen haar tot meer wetenschappelijke afstandelijkheid. Hoe dan ook blijft wolvenmeisje niet lang, want ze wordt gekidnapt door twee mensen die een vos- en een luipaardmasker dragen en die haar meenemen naar hun oord, een voormalig booreiland. Op dit symbool van de oude wereld willen zij, die zich Moeder en Vader noemen, een nieuw begin maken met het wolvenmeisje, dat ze Eén noemen, waar al het nieuwe uit kan ontstaan.

Moeder en Vos, Vader en Luipaard zijn zelfgekozen namen en maskers, dus daar hadden Wyona en Ellias eigen bedoelingen mee. Moeder en Vader lijkt nogal eenvoudig te verwijzen naar de gekunstelde gezinsstructuur waarin ze Eén willen opvoeden tot nieuw mens. Zoals gezegd gaat de opvoeding in een roedel speels en is die sociaal. De opvoeding van Moeder en Vader is dat niet. Ze beginnen liefdevol en toegankelijk, maar de liefde voor hun ideologie blijkt sterker dan die voor het met hen levende wezen, dat tot dan toe een andere opvoeding was gewend en eigen wensen kenbaar maakt. De opvoeding door de mensen daarentegen is gericht op temmen en dus beschaven.

Vooral Moeder wordt steeds fanatieker. Zij heet Wyona en dat is een Lakota Sioux naam die ‘eerstgeboren dochter’ of ‘voor altijd eerste’ betekent. De naam verwijst naar kracht, leiderschap en een diepe verbondenheid met tradities en erfgoed. Maar over welke tradities en erfgoed hebben we het dan? Hoewel haar naam van inheemse origine is en ze in de opvoeding rituelen rond zonaanbidding inroostert, ontwikkelt ze zich gaandeweg tot toonbeeld van de puriteinse pelgrims, die met de Mayflower als kolonisten aankwamen om een nieuwe wereld te scheppen; ten koste van de oorspronkelijke bewoners, zoals zou blijken. Deze transformatie is ook zichtbaar in haar kleding. Droeg zij in eerste instantie loszittende, kleurige kleding die je op hippiefestivals kunt kopen, op het toppunt van haar frustratie lijkt ze haar haar in een kuise knot te hebben en draagt ze een zwart vest met daarover een wit kraagje.

Dat toppunt van frustratie bereikt ze als ze ontdekt dat Vader, haar man Ellias, seks heeft gehad met Eén. Ellias is een Hebreeuwse naam, die ‘Jahweh is mijn God’ betekent en staat voor trouw, toewijding en diepe spirituele verbinding. Buitenechtelijke seks met een adoptiedochter doet die naam niet echt eer aan. Met veel fantasie kun je er een speelse correctie in zien, Eén heeft immers uit eigen frustratie een kat overboord gegooid, maar dat vraag wel erg veel fantasie, in elk geval van Moeder. Waar in de inheemse cultuur van de First Nations de wolf met respect wordt gezien als een collega-jager, ziet zij Eén nu met haar puriteinse ogen als concurrent.

Ook op een ander front is Ellias haar ontrouw geweest, namelijk ideologisch. Op de een of andere manier is er een andere man op het platform verzeild geraakt, Araav. Ellias wil hem niet laten gaan, want vindt hem nog te veel ‘oude wereld’; maar hij kan hem ook niet doden, wat Wyona wil. Op een dag vindt Eén hem en ze ontwikkelen een vriendschappelijke band. Araav is een Hindoenaam die ‘vreedzaam, kalm geluid’ betekent. Daarvan is binnen het ‘gezin’ steeds minder sprake, inmiddels lopen de spanningen luidkeels op en wordt Vos sluwer en Luipaard krachtiger – aldus de verhaalstem die alle ontwikkelingen vanaf het begin van de film ondertitelt. Als Eén aan tafel vraagt wat een gevangene is, weet Moeder dat ze dit nieuwe woord alleen van hun eigen gevangene kan hebben geleerd. Uit frustratie over de ruzie die daarop volgt, gooit Eén dus die kat over boord, op de straf die daarop volgt zoekt ze troost bij Vader, dat wordt seks en in de chaos van de ruzie die daar weer op volgt bevrijdt ze Araav, die belooft versterking te halen en voor haar terug te komen. Hij houdt woord en is daarmee naast de wolven de enige die op haar hand en betrouwbaar is.

Water en zuivering
De nieuwe wereld laat op het booreiland dus nog even op zich wachten. Kijken we naar de Bijbelse lading van de zelfverkozen dierlijke alter-ego’s, dan zien we dat zowel de vos als de luipaard bekend staan als bedrieger, duivel en valse profeet. De nieuwe wereld van Vos en Luipaard is dus een valse profetie: er komt geen nieuwe wereld voort uit hen die, met al hun oudwereldlijke overtuigingen, rolpatronen en rituelen, blijven doen wat ze deden, namelijk temmen en de wereld naar hun verhaal willen vormen. De symboliek is echter niet geheel eenduidig als we ook buiten de Bijbel kijken. Bij inheemse culturen uit de Amerika’s is de vos ook een intelligente genezer en een shape shifter, en de luipaard staat in de latere Europese middeleeuwen ook voor morele transformatie. In het geval van Vos en Luipaard zien we inderdaad transformatie, maar niet echt via een ander, nieuw inzicht. Net als Dylan worden ze een karikatuur in de volharding van hun ideologische inzet. Ze worden als het ware zuivere – in de zin van fundamentalistische – aanhangers van waar ze in geloven, namelijk dat de mens auteur is van het eigen leven en dat deze auteur ten koste van alles recht heeft op het beste verhaal. Hun transformatie is als het ware implosief, een zichzelf versterkende lus naar binnen.

Naast de ecologische betekenis van de wolf voor het herstel van ecosystemen is er nog een andere reden waarom wolvenmeisje voor haar adoptieouders een logische keuze is. Zij willen immers de mensheid redden door haar te zuiveren van alle onreinheden die ze in de loop van haar geschiedenis op zich heeft geladen, in zich heeft toegelaten. Deze onreinheden gelden als illusies die ons het zicht op het ware belemmeren. In de alchemie wordt Lupus metallorum of Grijze wolf gebruikt om goud te zuiveren. De benaming verwijst naar het risicovolle gebruik van het zeer giftige en onvoorspelbare chemisch element antimoon (symbool Sb en atoomnummer 51). Ook Eén blijkt volatiel: het lukt maar niet om grip op haar te krijgen. De eigenzinnigheid die haar eerste adoptiegezin aanmoedigde met ruimte voor experimenteergedrag, wordt in haar tweede adoptiegezin geïnterpreteerd als ongehoorzaamheid die bedwongen moet worden. De poging om uit het mengsel wolfmens een nieuwe, zuivere mens te destilleren door de wolf te elimineren loopt volledig uit de hand, explodeert als het ware in hun gezicht. De transformatie mislukt doordat een wolf niet met wolf is te bestrijden (daarvoor is dit dier te sociaal, de wolf is de wolf een mens niet); maar ook doordat je je verhaalwereld nu eenmaal niet tot gebeurtenissenwereld kunt transformeren door op die laatste de structuren van die eerste te projecteren.

Na de bevrijding van Araav door Eén, weten Vos en Luipaard dat hun dagen op het olieplatform geteld zijn. Vos commandeert iedereen naar het helikopterdeck voor een laatste zuiveringsritueel: ze moeten allemaal een emmer zeewater drinken. Waarschijnlijk is het water bij een booreiland hevig vervuild met olie, dus voor een zuiveringsritueel niet echt geschikt – wat symbool staat voor de algeheel gebrekkige logica waartoe ideologische verblinding kan leiden. Hoe dan ook is de emmer (als uitvergrote beker) leegdrinken ook een Bijbelse verwijzing naar de lijdensbeker van Jezus, die hij niet voorbij kan laten gaan wil hij daadwerkelijk een kans maken op de redding van de mens. In andere geloofssystemen is zeewater drinken een medicijn tegen hartzeer na een moeilijke breuk of een middel om diepe rouw of depressie mee af te sluiten. Hoe dan ook, niemand van de drie krijgt de emmer helemaal leeg, maar dat is misschien ook niet de bedoeling. Na een paar ferme slokken en teugen blijkt het zeewater te dienen als braakmiddel en spugen Moeder en Vader hun schuldbekentenissen uit; ieder van beiden wil degene zijn door wiens zonde het zo gezochte paradijs instort. Dit is begrijpelijk binnen hun culturele speelveld, want daarin het is beter om zonde en dus daderschap te tonen dan als slachtoffer zoals Dylan niet aan de ontwikkeling van het verhaal bij te dragen.

Ongekunsteld
Nadat Eén is gered van het booreiland wordt ze Alice, die als kassière werkt bij een supermarkt en rijles heeft. Daar trekt ze de amoureuze aandacht van ene Dan, die haar mee uit vraagt. Het is duidelijk dat Alice geen benul heeft van de gangbare betrekkingen in de cultuur waarin ze nu weer is terechtgekomen. Na de wolven heeft ze alleen sociale betrekkingen met mensen ervaren in de extreme omstandigheden van het laboratorium van de wetenschappers en op het booreiland, dat door haar isolement en het door Moeder en Vader geïnitieerde experiment ook als laboratorium voor de nieuwe mens zou kunnen gelden. Met andere woorden: Alice kent mensen eigenlijk alleen als wezen dat via kunstmatige bewerking tot iets zuivers wil komen – wat best een paradox is.

Ze accepteert Dans uitnodiging en lijkt zijn aandacht, net als die van collega’s op haar werk, emotieloos te ondergaan. Meer dan dat ze reageert zoals cultureel van haar verwacht wordt, bijvoorbeeld door de ander positief te bekrachtigen, als vrouw voortdurend te glimlachen en belangstelling te tonen, observeert en registreert ze, aanvankelijk zonder merkbaar oordeel maar wel – door ervaring wijzer – op haar hoede. Haar naam ‘Alice’ lijkt te verwijzen naar het boek van Lewis Carroll, Alice in Wonderland, en wellicht zijn de mensen die ze tegenkomt in haar perceptie even vertekend als de personages dat zijn in dit beroemde verhaal. Een directe verwijzing hiernaar is van de vertelstem: “Ze viel almaar dieper in het konijnenhol van door de mens gemaakt illusies.”

Toch moeten we niet zo maar op de alwetendheid van deze stem vertrouwen, zoals later zal blijken. Er zit dus meer aan lagigheid in deze film dan de vertelstem kan blootgeven (uiteindelijk is ook deze stem uiteraard ondergeschikt aan David Verbeek, de schrijver van het verhaal dat door hem verfilmd is). Zo is Alice ook een Germaanse naam, die ‘van edele afkomst’ betekent en verwijst naar elegantie en waardigheid. Met deze naam gaan we in het verhaal richting einde en daarmee, door de ringstructuur, terug naar het begin van het meisje dat opgroeide tussen de wolven. Door haar nieuwe naam krijgen deze dieren een eervolle vermelding.

Aan de oordeelloosheid van Alice komt een eind wanneer ze ontdekt dat haar levensverhaal het onderwerp is van een nieuw uitgekomen boek. Als ze haar mensenouders bezoekt, één voor één in hun afzonderlijke gevangenissen, zegt Moeder/Vos/Wyona dat ze alles bij elkaar heeft gelogen en is Vader/Luipaard/Ellias vooral euforisch omdat ‘we’ gewonnen hebben want ‘ons’ verhaal wordt verteld. Het is duidelijk dat Alice dit enthousiasme niet deelt, geen deel uitmaakt van deze ‘we’ en ‘ons’, maar des te prominenter haar dierenfamilie weer in zich voelt opwellen. Als dan Dan ook nog zegt dat zij een heel bijzonder verhaal is, is de maat vol en trekt ze haar eigen plan voor een einde.

Monsters bij eindtijd
De naam ‘Dan’ is een afkorting van Daniel en kan daarmee opnieuw naar de Bijbel verwijzen. Volgens de profeet Daniël (‘God is mijn rechter’) is de luipaard een van de vier beesten die bij de Apocalyps uit de zee zullen verschijnen. Bovendien verwees, zoals gezegd, Hobbes met zijn Leviathan naar een Bijbels zeemonster. Ook bij de tweede komst van Jezus, die daarmee de Apocalyps of eindtijd inluidt, is de Leviathan van de partij.

Het zeemonster verschijnt voor het eerst aan het eind van boek Job, als de verbitterde Job alles heeft verloren. Krokodil, slang, draak, de bijbelgeleerden strijden nog over welk dier het is, of misschien is het een abstract verschijnsel dat verwijst naar de duivel of chaos; maar hoe dan ook geldt het als bewijs van Gods almacht, die als enige de Leviathan kan doden. In een wereld van oorlog van allen tegen allen wordt de samenleving volgens Hobbes een samengesteld wezen dat oncontroleerbaar en daarmee beangstigend is. De enige kans op redding is de onderwerping aan een soevereine macht; in de Bijbel is dat God, bij Hobbes is dat de monarch, een mens met het mandaat van God.

Ook bij Gramsci, die qua levensvisie niet meer had kunnen verschillen van Hobbes dan water van vuur, zien we monsters bij de eindtijd: “The old world is dying, and the new world struggles to be born: now is the time of monsters.” En hoewel Hobbes en Gramsci verschillen in opvatting over de zogenaamde civiele samenleving – de eerste vindt dat die zich moet onderwerpen aan een soevereine monarch, de tweede dat die in opstand moet komen tegen de macht van het kapitalisme – vinden ze allebei in het beeld van het monster iets dat van nature wild en chaotisch is. Als samengesteld wezen is een monster nooit ‘zuiver’ in de platonische ideeënleer, waarin essenties zijn losgemaakt van hun aardse dit-heid. Het aardse leven is in dit denken veroordeeld tot monsterlijke vermenging en moet gedisciplineerd worden. Als we naar de etymologie van ‘discipline’ kijken, zien we tucht door het geselkoord als grondvorm van hoe tot menselijkheid te komen: westerse opvoeding, onderwijs en wetenschap worden zo herkenbaar als temmingstechnologieën, die als doel hebben uit het ruwe, monsterlijke materiaal de ware mens te laten verschijnen. In de gezinsstructuur op het boorplatform werd het wolvenmeisje gekneed tot nieuwe mens – in een poging gedoemd om te mislukken, want wie zuiverheid in het extreme najaagt blijkt als karikatuur niet bestand tegen de aardse werkelijkheid, die door haar dynamische variatie altijd onvoorspelbaar blijft.

De hybride diplomaat
Op het apocalyptische punt waar Hobbes en Gramsci elkaar kruisen, wat kunnen we daar doen? De karikaturale mensen in dit verhaal zoeken de oplossing in de verhaalwereld zelf, maar brengen daarin geen vernieuwing doordat ze de structuur van de reis van de held aanhouden en die op de gebeurtenissenwereld proberen te projecteren – de koppige volharding hierin is wat van hen een karikatuur maakt. Daarmee zuiveren ze de verhaalwereld van alle andere varianten die menselijke gemeenschappen ook hebben gevormd of nog zouden kunnen vormen. Deze reductie tot een fictieve zuivere vorm is, zo laat deze film zien, geen levensvatbare oplossing. Net als elke andere monocultuur is een narratieve monocultuur niet bestand tegen veranderingen doordat alle creatieve vermogens om tot nieuwe aanpassingen te komen eruit gekweekt is.

Over wat wel levensvatbaar is, moet ik speculeren, want de film laat geen alternatieve structuur zien. Het loopt in elk geval niet goed af met de mensen uit de cultuur van de verhaalideologie doordat zij als karikaturen te weinig wendbaar zijn. Ze lijken zich al dan niet bewust of vrijwillig te onderwerpen aan die ideologie en daarmee laten ze zich determineren tot rolpatronen, met als enige vrijheid – maar niet heus – de mogelijkheid om zelf de rol te kiezen. Dat is de narratieve gevangenis waarover ik het eerder had.

In diverse culturen zijn er figuren die deels mens en deels iets anders, meestal dier zijn. Zo kennen we de weerwolf die een deel van de tijd als wolf door het leven gaat en een deel van de tijd als mens. In de meeste verhalen over weerwolven loopt het slecht af als de hybriditeit wordt opgeheven door bijvoorbeeld de wolvenvacht in het vuur te gooien. Zolang iets dergelijks niet gebeurt, schippert de weerwolf tussen twee werelden en zouden we deze dubbelfiguur kunnen zien als diplomaat – niet ten dienste aan een van beide werelden, maar aan de noodzaak dat meerdere werelden tegelijkertijd mogelijk blijven. Het monster geldt dan als a-zuiver feit (en zuiverheid als fictie, met feitelijke destructieve kracht). Ook antimoon is een dubbelzinnig element, dat fysisch op metaal lijkt en chemisch iets anders is. Het was bruikbaar voor de alchemist, omdat het alle metalen behalve goud vernietigt en dus alle onzuiverheden verslindt – en daarbij ook de alchemist zelf kon vernietigen.

Een wolf gebruiken is dus gevaarlijk, maar zou je met wolven kunnen samenwerken? Alice had een uitstekende diplomaat kunnen worden door haar hybride afkomst van mens tussen de dieren en dier tussen de mensen, maar haar wolfheid moest en zou eruit om plaats te maken voor haar louter-nieuwe-mens-zijn, haar mensheidreddende rol. Hierin had zij de mensheid voor moeten gaan, een leider moeten worden. Een leider is een voorbeeld van één soort, maar de film laat steeds opnieuw zien hoe het terugbrengen van veel tot één onmogelijk is doordat elke poging daartoe strandt, hetzij in de maag van de wolf, hetzij in de gevangenis, hetzij achter de kassa. Als diplomaat had Alice echter kunnen wijzen naar de meerstemmigheid van de meer-dan-alleen-menselijke wereld, had ze kunnen experimenteren met het herintroduceren van mensen in die wereld, had ze daarin misschien aan de redding van de mensheid kunnen samenwerken: de ontsnapping uit het keurslijf van het heldenepos, de bevrijding die narratieve variatie kan bieden, of zelfs het opgeven van het idee dat het leven op Aarde louter een kwestie is van mens-en-verhalen. Wie in dit laatste idee gelooft, wordt zichtbaar als intrigant en als onzuiverheid verwijderd. Moeder/Vos/Wyona en Vader/Luipaard/Ellias komen er relatief genadig van af met een gevangenisstraf, Dylan wordt zonder genade door de wolven verscheurd. Dit brengt me bij het einde van deze film.

Aan het eind
Zoals gezegd heeft het verhaal een ringstructuur en vertoont het einde overeenkomsten met het begin. Dat einde is voor Takanara, die de hele film door het verhaal als alwetende verteller heeft ondertiteld. Deze ondertiteling blijkt niet meer te zijn dan het boek dat ze heeft geschreven nadat Vos en Luipaard hun verhaal over Wolf hebben verkocht.

Alice, die inmiddels duidelijk genoeg heeft van die hele verhaalideologie, zoekt Takanara op en wordt na aanbellen binnengelaten door een menshoge robot, die haar controleert op wapens en verborgen bedoelingen. Ook vertaalt hij de Japanse woorden van Takanara, inmiddels een oude vrouw. In verhaaltheorie zijn oude vrouwen vaak wijs en spelen zij een rol als helper van de held. Zij biecht dan ook op dat ze liever het verhaal uit de mond van Alice had opgetekend, zij is immers de echte held van dit verhaal. Toch heeft dit haar er niet van weerhouden met Vos en Luipaard in zee te gaan voor deze bestseller. Ook Takanara gebruikt dus een ander om er beter van te worden. In een paar sprongen is Wolf bij haar hals. De met bloed bespatte robot kan Takanara niet helpen. Tegen de nachtelijke skyline zien we een rustig kauwende Wolf.

Epiloog: de zondvloed
De naam ‘Dylan’ betekent grote vloed en wolf Fenrit eet volgens de Vikingen tijdens de eindstrijd van de goden – Ragnarok ofwel Godenschemering – de zon op. In de laatste scène loopt Wolf naakt terug het bos is, gevolgd door een immense golf. In de Germaanse cultuur is de wolf een toekomstvoorspeller.

Wie voelt zich gewaarschuwd?

Moet de mens streven naar zuiverheid in haar eigen essentie? Of in het reine komen met andere soorten? Waarschijnlijk allebei, maar richten we ons nu te eenzijdig op dat eerste. De geschiedenis zal leren of dat wijs is. In de tussentijd houd ik dat tweede onder onze aandacht, opdat we niet vergeten dat wij niet alleen zijn en meersoortige diplomatie daarom van wezenlijk belang is.


The Wolf, the Fox & the Leopard (2025) | David Verbeek

De foto is van het beeld De wolvin en de eik van Suzanne Willems.

Ik ben geen robot :-)
iets doneren = mijn werk waarderen
waarvoor mijn medemenselijke dank

Ja, ik doneer graag!