Ons is de laatste decennia verteld dat we leiderschap moeten tonen. Misschien niet zo rechtstreeks want dat is opzichtig paradoxaal, maar toch in elk geval indirect door het als aantrekkelijk voor te stellen. En nu zitten we dus met een meerderheid aan leiders, wat gek is, want het idee van volgers is dat juist zij de meerderheid vormen. Die meerderheid aan leiders lijkt niet te resulteren in beter leiderschap, maar in felle concurrentie om macht. Misschien is het dus gewoon tijd voor een andere figuur op het toneel.
Die andere figuur is wat mij betreft een diplomaat, uiteraard aangepast aan de eisen van onze tijd. Van oudsher heeft het woord wat onduidelijke connotaties en gaat het om een vertegenwoordiger van de macht die nog wel eens het achterste van zijn tong achter zijn ellenbogen houdt, om het beeldend te zeggen. Die dubbelheid zit in het woord, ‘diplo’ betekent gevouwen en verwijst naar de geheime papieren die de diplomaat bij zich heeft. Dat is waar we denk ik in onze post-and-alt-truth tijd niet nog meer behoefte aan hebben, dus dat aspect hoeft de diplomaat niet voor rekening te nemen. Wat dan wel? In welke behoefte kan een hedendaagse diplomaat voorzien? En ook: wat heeft dit te maken met buitenpromoveren?
Waar de leider zich sterk maakt voor de belangen van de eigen groep (of zichzelf) en vanuit dat perspectief belangenbehartigende betrekkingen met anderen heeft, richt de hedendaagse ideaaldiplomaat zich op de kwaliteit van betrekkingen die tezamen een belangrijk geheel vormen. Het begin van diplomatie is niet zelfkennis en eigenbelang (‘ik weet wat ik wil en hoe ik dat voor elkaar krijg’), maar interesse in de ander (‘wie ben jij?’), gecombineerd met zorg (‘wat heb je nodig?’) en studie (‘hoe kan ik je beter begrijpen?’). Wat op het spel staat is niet winnen of verliezen, maar de zorg om de goede speldynamiek.
Diplomatieke betrekkingen zijn wederzijds in de belangstelling. Zo lees ik althans Een haas in huis van Chloe Dalton, een diplomate die zich over een jonge haas ontfermt. Ze doet wat ze altijd doet als ze kennis gaat maken met iemand uit een land dat ze niet kent: ze gaat aan de studie. ‘Wederzijds in de belangstelling’ betekent niet dat de haas op vergelijkbare wijze aan de studie gaat. Maar de haas, een normaal gesproken schuw en solitair wezen, gaat wel degelijk ook de relatie aan, is nieuwsgierig en probeert reacties uit. En zo groeit tussen mens en wild dier het gedeelde belang van samen goed een ruimte delen. Dat eigen, nauwkeurige observaties meermaals de wijsheid uit boeken weerlegt, is ook de ervaring van Catherine Raven, de biologe die in Vos en ik haar verrassing beschrijft als de vos haar duidelijk maakt dat de relatie die ze ontwikkelen er een van vriendschap is. Studeren en bestuderen als relationele, wederkerige wijsheidsontwikkeling beperkt zich niet tot de schaal van individuen in en om een huis maar betreft ook soorten die een groter territorium delen, zo werkt Baptiste Morizot uit voor het goed samen leven met de wolf.
Goed leren samenleven met het vreemde, de ander goed leren kennen zonder verschillen op te willen heffen, dat zijn volgens mij de diplomatieke vaardigheden die we vandaag de dag weer nodig hebben. Haas, vos, wolf, mens – alle betrokkenen zijn hiertoe in staat. En het bevredigt meerdere behoeften: het verlangen je deel te weten van een meer-dan-alleen-menselijk geheel, het verlangen naar je eigen aard waardig te leven zonder opgesloten, uitgebuit of vermoord te worden, het verlangen de rijkdommen van onze werelden te ontdekken, het verlangen verrast te worden met goede betrekkingen. Haas, vos, wolf, mens – ook dit delen we. En als we beter weten hoe goed samen te leven, weten we ook beter aan welke potentiële toekomsten we wel en aan welke potentiële toekomsten we niet willen bijdragen; zo betreft diplomatie niet alleen een ethiek van inclusie, maar ook van exclusie en verantwoordelijkheid voor gemaakte keuzes.
Zo bezien gaat diplomatie om grenswerk dat door relaties, door onze onderlinge verbindingen zelf wordt gecreëerd. Voor onderzoek zou dat betekenen dat een buitenstaandersperspectief onrealistische kennis oplevert; beter is het om in en met en als de wereld zelf, dus samen, inzichten te ontwikkelen. Dit is vaak al de ervaring van buitenpromovendi: zij opereren in het overloopgebied dat hun praktijk verbindt met de universiteit. Misschien moeten zij daardoor, meer dan binnenpromovendi, diplomatiek talent aan de dag leggen als zij als vreemde hun eigenheid willen behouden. Overigens is ook binnen diverse wetenschappelijke disciplines het zogenaamde transdisciplinaire onderzoek in opmars. Uitstekende kansen voor buitenpromovendi om hun onderzoek te bestendigen met de doctorstitel! Want ‘diplo’ ligt ook aan de basis van ‘diploma’, het officiële document dat daarbij hoort. De wetenschapper als hedendaagse diplomaat, een mooie figuur om het toneel te betreden.
Dalton, C. (2025). Een haas in huis (vertaald door Nico Groen). Prometheus.
Morizot, B. (2024). Manieren van levend zijn (vertaald door Ilse Barendregt). Octavo Publicaties.
Raven, C. (2021). Vos en ik (vertaald door Marijke Beversluis). Atlas Contact.
Deze blog is ook verschenen op Expertisecentrum Buitenpromoveren.
Op de foto staat “Aggregaat in wording 2 en 5” van Giacomo Benevelli uit 1964, collectie KMSKA Antwerpen.