Floor Basten

Independent scholar, cat addict, tattoo lover

Thomas Midgley

Er was een tijd dat geld belangrijker werd gevonden dan gezondheid. Dat weten we doordat bedrijven producten maakten met stoffen en/of processen waarvan ze wisten dat ze giftig zijn. En niet eens kleinschalige vervaardiging voor een nichemarkt; neen, grootschalige productie voor massaconsumptie door een publiek dat zich van geen kwaad bewust was. Google maar eens op oude filmpjes, alledaags volk gebruikte DDT als was het deodorant. Totdat Rachel Carson begin jaren 60 het verband blootlegde tussen deze pesticide en het verdwijnen van insecten en vogels. Haar boek Silent Spring lag aan de basis van het verbod op DDT en ook de moderne milieubeweging.

Dat het verspreiden van desinformatie en de samenwerking met ambtenaren hoort bij het standaardpakket aan marketingstrategieën van schadelijke industrieën, is inmiddels genoegzaam bekend. Berucht zijn ook de lobbysuccessen van de handelaren in tabak en fossiele energie. Ik wil het in deze blog over wetenschapsethiek hebben vanuit de vraag: moet alles wat kan ook kunnen? Dat doe ik aan de hand van Thomas Midgley, naamgever van deze blog.1)

Op de vraag of alles wat kan ook moet kunnen is het kapitalistische antwoord volmondig: ja! Thomas Midgley staat model voor dit enthousiasme. Hij ontdekte dat tetraethyllood in de benzine zorgde voor minder schokkende motoren. Daarop richtten General Motors (waar Midgley op de onderzoeksafdeling werkte), Du Pont en Standard Oil in 1923 samen de Ethyl Gasoline Corporation op. ‘Ethyl’ is de afkorting voor tetraethyllood, dat ook had kunnen worden afgekort met ‘lood’, waaronder het breder bekendstaat – en dat dus makkelijker alarmbellen zou doen afgaan. Dat we tegenwoordig bij de pomp alleen ‘loodvrij’ kunnen kiezen terwijl ‘loodvol’ niet meer in de handel is, ligt niet aan het geweten van Thomas Midgley. Tijdens een demonstratie voor de pers waste hij zijn handen niet in onschuld, maar in het loodmengsel en snoof dit een minuut lang op om te bewijzen dat het ongevaarlijk was. Aperte misleiding, want een paar maanden eerder was hij, net als vele werknemers van de Ethyl Gasoline Corporation, ziek geworden door het zenuwgif in te ademen.

In de VS is lood in de benzine sinds 1996 verboden, in de EU sinds 2000. Dat betekent dat gedurende zo’n driekwart eeuw grote hoeveelheden gif in onze leefomgeving zijn terechtgekomen. Via onderzoek naar haarplukken weten we dat loodopname door het menselijk lichaam na het verbod gestaag afneemt. Haarmonsters van voor 1970 bevatten veertig tot zestig, soms wel honderd delen per miljoen lood, nu is dat minder dan één deel. Regelgeving werkt dus.2)

Terug naar Thomas Midgley. Na zijn ‘verbetering’ wierp hij zich op het beveiligen van koelkasten. Daarvoor ontwikkelde hij het gas chloorfluoridekoolstoffen, dat stabiel, onbrandbaar en veilig om in te ademen is. We kennen dit gas onder de afkorting ‘cfk’s’, stoffen die vanaf de jaren dertig in productie kwamen en breed toepasbaar bleken, van koelkasten dus en airco’s tot haarlak en, wederom, deodorant. Ook deze uitvinding bleef niet zonder gevolgen. In de jaren 80 bleek dat cfk’s gaten in onze ozonlaag maken. In een verbijsterend effectieve samenwerking tussen wetenschap en politiek die uitmondde in het zogenaamde Montrealprotocol, werden cfk’s verboden en zien we tegenwoordig weer herstel in onze stratosfeer.3) Dat er minder gaten zijn maakt van de hele geschiedenis dus geen hoax, maar het bewijs dat internationale samenwerking tussen wetenschap en politiek werkt.

Moet alles wat kan dus kunnen? Thomas Midgley staat model voor drie mogelijke antwoorden. De eerste twee zijn ethisch. Als iets kan en je weet dat het alom schadelijk is, dan is het antwoord: nee. Als iets kan en je weet nog niet of het en hoe dan alom schadelijk is, dan is het antwoord: nee, tot we meer weten. Dit is het voorzorgsprincipe, dat inmiddels aan de basis ligt van EU milieuwetgeving. Deze antwoorden worden bepaald door overwegingen vooraf, waarbij de focus – althans ethisch gezien – ligt op het vermijden van ingeschat onheil.4) Het derde antwoord is praktisch. Thomas Midgley kreeg polio en werd kreupel. Hij ontwierp voor zichzelf een apparaat met gemotoriseerde katrollen die hem in bed hielpen. Terwijl hij op 2 november 1944 de machine in werking zette, raakte hij verstrikt in de kabels en werd hij langzaam gewurgd. Dit scenario had hij vast niet voorzien, maar zat wel als het ware in de mechanica besloten. Het kan dus en moet daardoor eens gebeuren, we weten alleen nog niet precies wanneer en hoe. Dit antwoord wordt dus bepaald door het resultaat, waarvan we dus achteraf pas de onvermijdelijkheid leren kennen. Of we dit soort risico’s willen nemen? Daar zijn dan die eerste twee antwoorden weer leidend bij.

Alle drie de antwoorden zijn valide. Wanneer het moment daar is dat gezondheid daadwerkelijk belangrijker wordt gevonden dan geld, is nog onduidelijk.


1) Kat Eschner, One Man Invented Two of the Deadliest Substances of the 20th Century. Geraadpleegd op 1 mei 2026.
2) Andrei Stiru, Waarom het verbod op loodbenzine een van de effectiefste milieumaatregelen ooit was. Geraadpleegd op 1 mei 2026. 
3) About Montreal Protocol. Geraadpleegd op 1 mei 2026.  
4) Isabelle Stengers betoogt in haar boek In catastrophic times. Resisting the coming barbarism dat kapitalisme onheil sticht als haar wingebied. 

Deze blog is ook verschenen op Expertisecentrum Buitenpromoveren.

Ik ben geen robot :-)
iets doneren = mijn werk waarderen
waarvoor mijn medemenselijke dank

Ja, ik doneer graag!