Vandaag op tijd vertrokken voor mijn reis naar Roemenië en Bulgarije om te verkennen hoe ze daar aan rewilding, stedelijk groen en posthumanisme doen.
In Arnhem pakte ik op het nippertje de vertraagde trein naar Duisburg. Dat voelde toen nog als een meevaller, ik had er echter van eerdere treinervaringen in Duitsland beter op kunnen gokken dat dit een slecht voorteken voor de rest van de dag ging worden.
Stations zijn fascinerende plekken waar het leven altijd haar weg wel vindt, hoe krampachtig mensen dat soms ook willen tegenhouden.

In Duisburg (hierboven) begon de trein naar München met 25 minuten vertraging. Die liep gaande de reis op. Bij Keulen bleek het traject totaal op slot – treffend terug te vinden op de brug de stad uit (hieronder).

Bij de tijd dat we rond Frankfurt waren was de levensvreugde al uit het personeel gesijpeld. Ook in mij klommen de frustraties naar mijn strot, niet echt een ontspannen begin van de reis. Anders dan anders had ik vooraf een hostel geboekt en het leek steeds minder aannemelijk dat ik Salzburg op tijd zou bereiken.
Intussen probeerde ik te lezen in Antifragile van Nassim Nicholas Taleb. Ik mocht van mezelf één (echt, het staat er: 1) boek meenemen en dit is vrij dik maar licht; en hoewel het al jaren in mijn kast staat lijkt het nu actueler dan ooit. Het gaat over systemen die sterker worden van onvoorspelbaarheid, onzekerheid, turbulentie, volatiliteit – kortom, systemen die kunnen gedijen in de VUCA-wereld. Maar frustraties bieden geen ontspannen context en ik begin me te ergeren aan zijn taalgebruik met sissy hier wussy daar en hoewel ik op hoofdlijnen inwendig meeknik dringt zich de gedachte aan me op dat dit boek of deze man op het nachtkastje van elke techbro heeft gelegen. Of van Mark Rutte, die zei dat je van tegenslag groeit (ik heb me door een ambtenaar laten vertellen dat tegenwerken van mensen officieel beleid is om die reden). Klopt, maar wanneer slaat het ontwerpen van een systeem dat opzettelijk tegenwerkt om in sadisme? Het leven werpt ons kluiven toe ook zonder door mensen daartoe ontworpen systemen. Ik denk ook aan de arme Dylan uit de film The Wolf, The Fox & The Leopard (zie mijn analyse van wolvendiplomatie), die misschien ook wel gewoon antifragiel had willen worden maar te gretig was: How do you innovate? First, try to get in trouble. Maar misschien had Dylan niet verder gelezen en miste hij daardoor de bijsluiter: I mean serious, but not terminal, trouble. Kijk maar, het staat op pagina 41. Niet lang daarna sluit ik het boek maar even, ik kan me slecht concentreren en cryptogrammen vragen maar kort, per gevraagd woord, je aandacht.
Bereiken van reisdoel van dag 1 lijkt steeds verder weg doordat we steeds langzamer vooruitkomen. Deze trein heeft met een vertraging van drie uur eindbestemming München maar opgegeven en na vier uur sneuvelt ook bestemming Augsburg en worden we in Ulm verzocht uit te stappen en krijgen we een prettige dag toegewenst.
Het voordeel van veel vertragingen is dat overal alsnog vertraagde treinen kunnen oppoppen en voordat ik goed en wel besef wat er gebeurd is ben ik in tien minuten met een trage stroom reizigers meegedeind naar perron 1 waar iets vertraagds uit het noorden belooft naar München door te rijden. Tot mijn verrassing kom ik daar genoeg op tijd aan om de laatste trein naar Salzburg te halen waarmee ik binnen de 24-uur geldigheid van mijn ticket kan blijven.

In dit laatste stukje zijn veel jonge mensen in Beiers of legertenu, veel van hen stappen uit in Freilassing, het laatste stukje Duitsland voor Oostenrijk. Na 16 uur reizen ben ik in Salzburg, waar ik word verwelkomd door een schildpad die taart eet. Ik voel een onmiddellijke verwantschap.

Mijn hostel is vlakbij het station en na inchecken ga ik in een donkere kamer op zoek naar bed B-3. Ik pruts het beddengoed zo in elkaar dat ik tussen allerlei lappen lig, het echte opmaken doe ik morgen wel. Mijn buurvrouw heeft een luidruchtige ventilator aan staan, maar ik ben zo moe dat ik een roos mijn naam hoor roepen en ben snel voor de tweede keer vandaag vertrokken.