Independent scholar, cat addict, tattoo lover

LEES HIER HOE HET AFLIEP

(UPDATES STAAN HELEMAAL ONDERAAN)

Het is in de wetenschap heel gewoon om het werk van anderen te kopiëren, bijvoorbeeld om je eigen standpunt ten opzichte van anderen helder te maken – je bent voor of tegen, omdat – of om je punt te verwoorden via iemand die het eleganter, bondiger of overtuigender kan zeggen dan jij zelf. Dat mag onder de voorwaarde dat je je aan de regels houdt en die zijn doodeenvoudig. Als je de tekst van iemand anders ongewijzigd overneemt, dan zet je er aanhalingstekens openen en sluiten omheen en vermeld je tussen haakjes de naam van de auteur, het jaar waarin het werk is verschenen en het paginanummer waarop de tekst die je gekopieerd hebt is te vinden. Dit heet citeren. Als je de tekst van een ander in je eigen bewoordingen navertelt maar de strekking die van de oorspronkelijke auteur blijft, dan zet je de naam van de auteur en het jaar waarin het werk verschenen is er tussen haakjes achter. Doodeenvoudig, ik zei het al. Ook doodeenvoudig: hou je je niet aan deze regels, dan pleeg je fraude in de vorm van plagiaat. Doodzonde.

Van de zomer kreeg ik een proefschrift opgestuurd van ene A. De A staat hier voor Auteur(sduo). Ik begon erin te lezen en was verbaasd dat iemand met de slechte, onsamenhangende schrijfstijl van A kon promoveren, maar nog verbaasder toen A ineens overging op heldere, goedlopende zinnen die tezamen zowaar de opbouw van een betoog lieten zien, om daarna weer tot mijn verrassing terug te vallen op het eerdere onleesbare gezwam. Wat was hier aan de hand? Het onderzoek waar dit proefschrift het verslag van was, ging niet over de invloed van drugs of de ervaring van een psychose waar de op- en neergaande schrijfstijl de reflectie van had kunnen zijn. Ik begon te vermoeden dat er iets anders aan de hand was, dat A wat al te genereus had geput uit het werk van anderen. Plagiaat, dus.

Al lezende merkte ik dat ik me nog over wat andere dingen druk begon te maken. Naast de slechte schrijfstijl en het jatwerk waren dat de tegenstrijdige paradigmatische keuzes, de dubbelzinnige methodologische onderbouwing en de onnavolgbare analyse, waaruit ineens als een konijn uit een hoge hoed een model getoverd werd dat A met een ontstellend gebrek aan bescheidenheid naar zichzelf noemde, valideerde met een selectie van weer nieuwe teksten en presenteerde als theoretisch startpunt voor nader onderzoek. Ik wist gewoon niet wat me overkwam. Hoe had dit ‘proefschrift’ de commissie kunnen passeren? Het was van een zotheid waar geen lof op bezongen kon worden. Mijn gevoel voor ironie liet me in de steek. A had niet eens de moeite genomen zelf iets te vinden van de overgepende literatuur. Neen, A presenteerde louter grote lappen tekst die A’s aannames en waarschijnlijk levenservaring bevestigden. Zo wordt promoveren als wel heel gemakkelijk voorgesteld; iets wat het voor promovendi die, in tegenstelling tot A, de moeite nemen een eigen verhaal te vertellen verre van is. Voor wie niet weet wat promoveren is – zoals A en kennelijk ook de begeleiders/opponenten van A – is de doctorstitel van A net zoveel waard als die van mij en anderen die wel intellectuele energie stoppen in zoiets als originaliteit, met een eigen gedachte komen, de discussie met het vakgebied aangaan, kritisch naar je eigen veronderstellingen kijken en die, ook al doet dat pijn, te verwerpen als ze invalide blijken. En dat zat me dus dwars.

Ik begon kwaad te worden over het gepruts van A, maar dat zou nog open kunnen staan voor een academische discussie, waarbij ik dus inhoudelijk kon reageren op het proefschrift, bijvoorbeeld in de vorm van een artikel. Maar daarmee zou ik de promotie niet tegen kunnen houden. Gelukkig was er dus dat plagiaat, dat buiten de discussie staat.

Ik informeerde hoe ik de promotie op basis van dit inferieure werk zou kunnen tegenhouden. Een brief naar de rector magnificus van de betreffende universiteit, zo was het advies. Maar dat zou wel veel gedoe zijn. En wat ik vaker ook als tegenvraag kreeg, was: waarom zou je dat eigenlijk willen? Dat verbaasde me wel een beetje. Was plagiaat dan zoiets vergefelijks als een typefout of een gevalletje van vergeten dat we allemaal wel eens hebben? Hoe dan ook, de vakantie stond voor de deur en ik besloot het te laten voor wat het was. Inderdaad, even geen zin in gedoe.

Sorry dus, wetenschap, ik heb verzaakt. Er loopt nu een dr. A rond die de titel niet verdient maar dankzij mijn luiheid wel gekregen heeft.

Toch liet het me niet los. Terwijl ik terug van vakantie de teksten voor Handboek Buitenpromoveren aan het corrigeren was, herlas ik alles wat we geschreven hadden over ethiek en integriteit, en uiteraard ook over fraude. A sloop mijn hoofd weer binnen als een zeurend stemmetje dat zei: “Nee hoor, je komt er ook mee weg als je die regels aan je laars lapt.” Mijn irritatie kwam in volle omvang terug en weigerde weg te gaan. Ik besloot er een blog aan te wijden waarin ik toekomstige A’s waarschuw dat ik in de toekomst wel zal ingrijpen.

Om zeker te zijn van mijn zaak en de omvang van het plagiaat in dat blog te kunnen aangeven, ben ik opnieuw het ‘proefschrift’ van A ingedoken. Ik kwam op zeker dertien bronnen (van Wikipedia - werkelijk? - tot en met proefschriften) waar uitvoerig uit gekopieerd is en waar slechts hier en daar, op willekeurige plekken, à la parafrase de oorspronkelijke auteur (of [sic!] een andere naam) tussen haakjes is gezet. Van andere stukken tekst heb ik het vermoeden dat ze gekopieerd zijn – in verband ook met die betere schrijfstijl en plotsklaps verschijnende paginanummers – maar daar heb ik de originele teksten niet van.

Dat vind ik een forse omvang. Het omvat zo goed als A’s complete literatuuroverzicht (zonder enige discussie van de literatuur) en methodologische onderbouwing. En wat ik nog veel alarmerender vind, is dat drie van de vier leden van de commissie en iemand die uitvoerig bedankt wordt in het woord vooraf betrokken waren bij de begeleiding van twee van de proefschriften waaruit overgeschreven is. Hebben zij geslapen? Of is hier sprake van zwendel? Laten we de promotiepremie die het ‘proefschrift’ van A heeft opgeleverd niet uit het oog verliezen.

Daarom heb ik besloten er alsnog werk van te maken.

Het dossier dat ik heb aangelegd stuur ik vandaag per aangetekende post naar de rector magnificus van de betreffende universiteit. In het begeleidend schrijven stel ik voor dat deze passende maatregelen treft. Wat mij betreft zijn dat het terugnemen van de doctorstitel en het afzien van de premie. Daarnaast stel ik een onderzoek voor naar andere proefschriften waar deze begeleiders bij betrokken waren. En tot slot verwacht ik dat er excuses worden aangeboden. Van A aan de geplagieerde auteurs, omdat A hun intellectuele inspanning heeft gestolen, maar ook aan promovendi, van wie door dit belabberde voorbeeld het werk als lachertje kan worden afgedaan. Van de begeleiders van A aan A, omdat ze A een verkeerd beeld hebben gegeven van wat wetenschappelijk onderzoek en wetenschappelijke ethiek is, maar ook aan de wetenschap omdat ze die met deze gang van zaken in een kwaad daglicht stellen en aan de samenleving, omdat ze die ruim 90.000 euro aan belastinggeld hebben ontfutseld.

Verder heb ik geen zin in een doofpot. Ik geef over twee weken het dossier aan de media en vermeld daarbij welke maatregelen de rector magnificus daadwerkelijk heeft genomen.

Sorry, wetenschap, dat ik verzaakt heb. Tot nu toe. Dat ga ik rechtzetten. Vooraf ingrijpen was waarschijnlijk gemakkelijker geweest dan achteraf terug moeten draaien. Maar uiteindelijk draait het daar niet om. Wetenschap drijft op vertrouwen. Wie dat schaadt, bijvoorbeeld met plagiaat, heeft er niets te zoeken.

Doodeenvoudig.

---

UPDATES

3 december: Vandaag heb ik een gesprek gehad met de rector magnificus van de betreffende universiteit. Deze heeft laten weten een commissie wetenschappelijke integriteit te installeren naar aanleiding van mijn melding. De bevindingen zullen door de universiteit ook op de eigen website worden geplaatst. In de tussentijd zal ik waar relevant mijn blog updaten en de namen van de betrokkenen nog even geheim houden.

Op 10 februari heb ik een gesprek met de inmiddels geïnstalleerde commissie. De uitspraak van de commissie zal na ongeveer 3 weken volgen.

Op 12 juni zal de rector magnificus mij persoonlijk de beslissing in deze zaak mededelen.