Independent scholar, cat addict, tattoo lover

werk en ondernemerschap

Op 21 november 2014 organiseerde Stichting Eigentijdse Verbindingen de werkconferentie “De ondernemer als maatschappelijke (aan)winst” (meer info hier). De opzet was dat ondernemers in drie rondes over hun initiatief in gesprek gingen met iemand met een eigen perspectief op het dagthema, daarbij geholpen ook door vragen en antwoorden van een publiek.

“Wetenschap is topsport”, zei VSNU-voorzitter Karl Dittrich op de Wetenschapseditie van het NRC Carrière Café “Te slim voor de arbeidsmarkt” afgelopen 10 juni, georganiseerd samen met AcademicTransfer. Gastheer en nrc.next-chef Hans Nijenhuis nam de pass over: “Ik kan aardig voetballen, maar ik ben geen Messi en (tegen de zaal) u misschien ook niet.” Het is echter de vraag of die topsport-metafoor past.

Wie in de wetenschap wil werken, moet pijn lijden. Dit lijden komt voort uit de transformatie tot wetenschapper, de moeite om ‘een van ons’ te blijven (ten koste van ‘een ander van ons’), de afwijzing door universiteit en bedrijfsleven, misschien zelfs wel de samenleving. Als we wetenschap, universiteit, arbeidsmarkt en samenleving opvatten als complexe systemen, dan kunnen we dus niet een verantwoordelijke partij of ideologie of God aanwijzen als de genius achter het verhaal van in - en uitsluiting.

“Een goede onderzoeker gedraagt zich niet als onderzoeker, hij ís het. Ook als er even niet op hem gelet wordt”, zo schrijven Oost en Markenhof. Promoveren is niet alleen een vak in de vingers krijgen, het vormt ook een identiteit; het gaat niet alleen om meer weten, het gaat ook om anders weten. Dat ‘anders weten’ verdwijnt uit het zicht wanneer een arbeidsmarkt verschijnt waarin kennis weliswaar gevraagd wordt, maar niet onderzocht. Dat zet de aansluiting van gepromoveerden als ‘anders wetenden’ op een niet-wetenschappelijke arbeidsmarkt behoorlijk op scherp.

Op 1 juli 2013 was Community of Talents gastgemeenschap van een event getiteld ‘Power to the people.’ Als onderzoeker van de zwerm van Campus Orleon was ik daarbij aanwezig en heb ik bij verschillende open spaces mijn oren en ogen de kost gegeven. Dit essay is een verslag van mijn impressies, waarbij ik de gelegenheid neem om door te borduren op wat me destijds opviel. Dat leid ik in aan de hand van onderstaande twee foto’s.

8 maart was een bijzondere dag. Internationale Vrouwendag natuurlijk, maar voor mij persoonlijk was belangrijker dat het de 68ste verjaardag van mijn moeder zou zijn geweest, ware het niet dat ze in 2004 onaangekondigd en ineens zomaar dood was. Vrouwendag is in het leven geroepen om aandacht te vragen voor de hachelijke situatie van vele vrouwen en de mensenrechten van alle vrouwen. Hoewel geboren op Vrouwendag, had mijn moeder weinig op met het feminisme. Misschien omdat ze er de noodzaak niet zo van in zag; ze kwam uit een nest met veel ondernemende vrouwen, mijn oma incluis.

Ynske Boer interviewt onder andere Floor Basten over haar tijd na haar post-doc, haar beslissing om voor zichzelf te beginnen en haar onderneming. Lees verder in Doctor! En dan? uit het Parool.    

 

Ineens begreep ik de opluchting die een diagnose kan geven: het verklaart iets en je weet beter waar je aan toe bent. In mijn geval is het de hazelaar, die volgens de Keltische boomhoroscoop mijn levenswandel tekent. Ik kwam er toevallig achter op de Floriade, waar ik met m’n lief en schoonmoeder was. Een grote cirkel met verschillende bomen, daarbinnen twee cirkels met gladde stenen; op de binnenste stonden geboortedata, op de buitenste een kenmerk. En ja hoor, daar lag hij, 26 maart, te wijzen naar “een wellustig pionier” en in de verte een hazelaar.

Het klopt dus, je kunt mij midden in de nacht wakker maken en dan murmel ik “[campus]OrléoN is een netwerk van onderzoekers.” Dat heeft mijn teerbeminde althans proefondervindelijk vastgesteld toen hij half december ’s nachts thuiskwam van zijn werk. En ook dat ik dan glashard ontken dat ik aan het dromen ben. [campus]OrléoN is ook geen droom, het is een netwerk van onderzoekers – inmiddels bijna 600 leden – en die doen van alles. Dat weerhoudt me er natuurlijk niet van om over [campus]OrléoN verder te dromen.

Floor Basten studeerde Frans en sociale wetenschappen en richtte het narratief onderzoeksbureau OrléoN op. Inmiddels is daar [campus]OrléoN aan verbonden: een kennisnetwerk waarin onderzoek centraal staat. Download het interview ‘Ik vraag me als onderzoeker niet af wat waar is’ uit Sociologie Magazine (december 2012).

If 80 percent of all PhDs leave the university, then there must be more PhDs outside of the university than inside.If there are more academically skilled people outside of the university than inside, then the academic potential of a society is larger than the academic potential contained within universities.It was this simple line of reasoning that made me realize that if a society faces a difficult problem, then it would make sense to mobilize its full problem-solving capacity.

In de tweede helft van de wekelijkse radioshow A Prairie Home Companion (op Minnesota Public Radio) brengt presentator Garrison Keillor The News from Lake Wobegon. Lake Wobegon is een fictief stadje “where […] all the children are above average.” Zo opmerkelijk zijn de inwoners dat hun eigenschap om eigen kwaliteiten in vergelijking met die van anderen te overschatten – een heel menselijke neiging – bekend is komen te staan als het Lake Wobegon effect (illusory superiority). Wanneer we nadenken over onze eigen kwaliteiten, geven we een oordeel over hoe we het volgens onszelf doen.

Afgelopen juli was ik op een conferentie voor promovendi in humanities en social sciences te Aberdeen. Ik had de organisatie namelijk geschreven dat ze met “Impact or impasse, postgraduate research beyond academia” volgens mij een interessant onderwerp te pakken hadden en dat ik graag de presentaties van de keynote speakers na afloop wilde ontvangen. Prompt kreeg ik de uitnodiging om zelf aan te schuiven in een paneldiscussie en om de closing address te geven tijdens de borrel.

Volgens de aanhef van vele artikelen en boeken uit de organisatieadvieswereld leven wij al langer dan tien jaar in turbulente, snel veranderende tijden. Deze traditionele aanhef lijkt eindelijk te worden bewaarheid: het is turbulent en alles verandert snel. Tijd om te inventariseren of dat ook voor het opleidingenlandschap voor interimmers en consultants geldt. Is er aanbod dat inspeelt op de huidige situatie en hen toerust om onze organisaties daar weer uit te leiden?