Independent scholar, cat addict, tattoo lover

Een tijdje terug gaf ik een workshop over narratief onderzoek aan de afdeling Kwalitatief Onderzoek van een groot en gerenommeerd marktonderzoeksbureau.*) Na een inleiding over waar je narratief onderzoek voor kunt inzetten en wat je dan met de resultaten kunt doen, ging ik over op de techniek van de narratieve analyse. Ik heb een systematiek ontwikkeld waarmee je vanuit verschillende invalshoeken verhalen kunt analyseren, namelijk op thema’s (wat), perspectieven en posities (wie) en overtuigingskracht (hoe); zo kun je mooie patronen op het spoor komen. Ik dacht redelijk snel over te kunnen stappen naar die tweede analyse en zei zoiets als: “De thematische analyse is feitelijk wat jullie normaal gesproken in kwalitatief onderzoek doen en daarvoor kun je elke systematiek voor coderen gebruiken, bijvoorbeeld uit Miles en Huberman of de grounded theory zoals die ook is beschreven in het boek van Hennie Boeije. De tweede analyse …” Hier dwong een blik op mijn publiek me echter om te stoppen. De aanwezigen staarden me glazig aan, een zacht gemurmel steeg op tot iemand de moed opvatte om te vragen wat blijkbaar iedereen bezighield: “Hoe analyseer je systematisch kwalitatieve data?” Mijn beurt voor verbazing. Waar was ik nu weer terechtgekomen? Ik zat hier toch bij een van de grootste marktonderzoeksbureaus van Nederland, met ook multinationals en de rijksoverheid als opdrachtgevers? Hoezo “Hoe analyseer je systematisch kwalitatieve data?” Jullie worden er toch fors voor betaald om dat te doen, dag in en dag uit?

Wat volgde was voor mij een van de meest ontluisterende momenten uit mijn leven. Ik geef hieronder op hoofdlijnen weer hoe het gesprek zich verder ontspon.

- Hoe doen jullie dan onderzoek?
- Nou, we gaan in tweetallen met een stuk of acht mensen praten en dan maken we wat aantekeningen. En na het gesprek roepen we tegen elkaar: “Wat heb jij gehoord?” en “Ik heb dit gehoord.” Dat schrijven we dan op in ons rapport en dan zijn we klaar.
- Geen bandopname?
- Neu, geen bandopname.
- Geen transcripties?
- Nope, de secretaresse typt de aantekeningen uit.
- Op basis van welke criteria selecteren jullie uitspraken en hoe ordenen jullie die?
- De onderbuik.
- De onderbuik?
- Ja, de onderbuik.

Het zal de lezer zijn opgevallen dat bovenstaande ook geen verbatim transcriptie is, dus ja, met het weergeven van de strekking kom je ook een heel end. Maar is dat alles wat een opdrachtgever wil weten, de strekking? En kleven er geen risico’s aan het rechtstreeks uit de onderbuik tevoorschijn halen van die strekking? Een van de senior onderzoekers raakte wat geïrriteerd door mijn nauwelijks verholen verbijstering. Hij had zijn onderbuik al meer dan twintig jaar in training. Maar zit die onderbuik van hem dan inmiddels niet vol met a priori aannames en voelsprieten die scherp staan op wat hij allang denkt te weten? Maakt, met andere woorden, die getrainde onderbuik hem niet juist blind en doof voor het onverwachte? En is juist dat niet ook interessant voor een opdrachtgever?

De bekende tegenwerping volgde, namelijk dat kwalitatief onderzoek altijd iets subjectiefs heeft. Maar dat geldt a) voor alle onderzoeken en neemt b) niet weg dat je niet systematisch kunt zijn in je subjectieve oordeel. Subjectiviteit in onderzoek is een terugkerend onderdeel in het nadenken over je analyse en interpretaties, niet een excuus om dan maar zomaar wat met je onderbuik te gaan zitten spelen. Vooroordelen hebben we allemaal. De onderzoekers onder ons maken (ook de eigen) vooroordelen onderdeel van de data, niet de filters ervan.

In het café waar ik na afloop nog even wat ging drinken, peinsde ik verder over het gezegde. Mensen die me kennen, weten dat ik onderzoek ruimer opvat dan alleen ‘wetenschappelijk onderzoek’. Maar is dat laatste nu niet net precies waar de opdrachtgevers dit marktonderzoeksbureau voor betalen? En waar zij, onze rijksoverheid dus ook, hun beslissingen op baseren? Of, en dat beangstigt me nog meer, weten de opdrachtgevers best dat dit de praktijk is, maar vinden ze het wel prima omdat ze in elk geval kunnen laten zien dat ze iets hebben laten onderzoeken? Is het juist die onderbuik die ze willen horen?

Geen wonder, in elk geval, dat er soms van die vreemde producten op de markt verschijnen en van die rare beleidsmaatregelen getroffen worden. Ze geven geen antwoord op de patronen die in de maatschappelijke complexiteit naar boven komen, maar op wat uit de onderbuik van een gepokt en gemazelde marktonderzoeker opborrelt. En geen wonder dus dat onderzoek soms op ‘maar één mening’ lijkt.

Opdrachtgever, laat die stuk of acht gesprekjes en het uittikken daarvan dan ook maar zitten, zou ik zeggen, en ga met die marktonderzoeker naar het café. Dat kost maar een paar drankjes, is waarschijnlijk gezelliger en vult de onderbuik ook.

Of, wellicht nog revolutionairder, schakel eens een andere onderzoeker in. Eentje die wel verder kijkt dan zijn onderbuik lang is.

--

*) Het betreffende marktonderzoeksbureau heeft ook een afdeling Kwantitatief Onderzoek; daar gaat dit stukje niet over.