Independent scholar, cat addict, tattoo lover

“This book is intended as an introduction to a new way of looking at knowledge as a shared resource, a complex ecosystem that is a commons—a resource shared by a group of people that is subject to social dilemmas”, is the opening line Charlotte Hess and Elinor Ostrom wrote in their Understanding Knowledge as a Commons. From Theory to Practice (2011, The MIT Press).

If 80 percent of all PhDs leave the university, then there must be more PhDs outside of the university than inside.If there are more academically skilled people outside of the university than inside, then the academic potential of a society is larger than the academic potential contained within universities.It was this simple line of reasoning that made me realize that if a society faces a difficult problem, then it would make sense to mobilize its full problem-solving capacity.

Vroeger was het volkomen normaal dat wetenschappelijke genootschappen – denk aan de Royal Society – buiten de context van de universiteit werden opgericht, gewoon door burgers met een grote dosis aan nieuwsgierigheid en het ondernemerschap om die te bevredigen. En voor wie die genootschappen niet toegankelijk waren – met name vrouwen – waren er boeken en salons. Daar is met de opkomst van de massa-universiteit uit de jaren ’60 verandering ingekomen: voor onderzoek en kennis kijken veel mensen automatisch naar de universiteit.

"Wat zal ik schrijven, lieve schat?
Hoera, hoera, ik weet al wat!
Ga goed gemutst het leven door…
Dag lief kind, het beste hoor!

Tussen 2000 en 2002 deed ik als post-doc onderzoek naar actief burgerschap in het kader van het EU fifth framework project Education and Training for Governance and Active Citizenship in Europe (ETGACE). Voor die tijd had ik nooit zo nagedacht over burgerschap en bestuur, daarna liet het me als thema niet meer los. Hoe verloopt besluitvorming in onze samenleving eigenlijk? Wie is op grond van welke criteria bevoegd om te beslissen over anderen?

We construct in this editorial a dynamic, multi-voiced narrative of the field of narrative inquiry based on the contributions by the authors. Diversity notwithstanding, we also presuppose a common theme to connect the contributions: Narrative on the move. This theme directs our attention to the question if narrative inquiry is moving and if so, in what direction? We notice three types of movements, in theory, in time, and regarding quality criteria of ‘real-life’ narratives.

There is a growing interest in narrative for policy making in community development. The implicit assumption in most projects is that just making stories available will increase recognition in readers and by some automatic process it will enhance understanding and therewith a community feeling. In this essay I want to explore this assumption, as it makes the value of narrative self-evident, but may leave its full potential for community development untouched. To find answers, I look for a starting point in what we all share: our biology.

Veel mensen hebben een onderzoekende geest zonder het te beseffen. Ze stellen vragen, analyseren, interpreteren en trekken conclusies; maar ‘onderzoek’ vinden ze het niet, want wat weten ze nu van theorie? ‘Onderzoek’ lijkt zo het domein van de universiteit. De wetenschap is echter groter dan dat. En de complexiteit van ons bestaan vraagt om meer onderzoekende geesten, die kritisch zijn en in researching publics samen betekenis geven aan wat er gebeurt of kan gebeuren.

Ik heb van mijn achttiende tot mijn tweeëndertigste in de universitaire wereld rondgelopen, eerst als student en daarna als niet-wetenschappelijk medewerker, buitenpromovendus en post-doc onderzoeker. Tijdens deze wandel deed ik Franse taal- en Letterkunde, Sociale Wetenschappen, Informatica, Bedrijfswetenschappen en Sociale Pedagogiek aan.

In de tweede helft van de wekelijkse radioshow A Prairie Home Companion (op Minnesota Public Radio) brengt presentator Garrison Keillor The News from Lake Wobegon. Lake Wobegon is een fictief stadje “where […] all the children are above average.” Zo opmerkelijk zijn de inwoners dat hun eigenschap om eigen kwaliteiten in vergelijking met die van anderen te overschatten – een heel menselijke neiging – bekend is komen te staan als het Lake Wobegon effect (illusory superiority). Wanneer we nadenken over onze eigen kwaliteiten, geven we een oordeel over hoe we het volgens onszelf doen.

De verbinding is gelegd en onderzoek staat midden in de samenleving. Het was even wat heen en weer schuiven met budgetten en een licht door elkaar rammelen van attitudes, maar nu kan dan elke professional, beleidsmaker of geïnteresseerde burger net als elke wetenschapper deelnemen aan bestaande onderzoeksgroepen of nieuwe onderzoeksgroepen starten. Waar voorheen onderzoek vooral voorbehouden was aan wetenschappers en instituties, verbinden nu nieuwe groepen onderzoekers de productie van kennis met het oplossen van vraagstukken in de samenleving. Dat heet sinds kort publiek onderzoek.

Dit jaar viert het wetenschapssociologische concept “paradigma” zijn vijftigste verjaardag. Thomas Kuhn introduceerde het in zijn boek The Structure of Scientific Revolutions. Daarmee werd hij wereldberoemd. Volgens mijn woordenboek betekent παρά-δειγμα “voorbeeld, model; bewijs.” Volgens Kuhn is het “what members of a scientific community, and they alone, share.” Het wordt blijkens de geschiedenis van de wetenschappen wel eens vergeten dat precies datgene wat gedeeld wordt een voorbeeld is en dus als lid van een grotere logische klasse naast andere, evenwaardige voorbeelden staat.

Pagina's