Independent scholar, cat addict, tattoo lover

Ter ondersteuning van deze kleine monografie van de nieuwsgierigheid, leg ik de volgende foto aan u voor.  U ziet de bibliotheek van het Londense Holland House, zoals die op een ochtend in 1940, na een tien uur durend Duits bombardement, werd aangetroffen . Aan de hand van de voorstelling en de compositie wil ik  een aantal zaken die met nieuwsgierigheid te maken hebben de revue laren passeren.

Een hoopvol plaatje
In de eerste plaats zien we een verzameling boeken. Boeken zijn artefacten die informatie bevatten. Je zou de kaft kunnen zien als de toegangspoort naar een kenniswereld door de auteur(s) op de pagina’s neergezet. Het zijn handzame – en dus transporteerbare (=overdraagbare) – universums in pocketformaat waarmee wij als mensheid kennis aan elkaar doorgeven en uitwisselen. Dat wil nog wel eens tijd sparen . Het fenomeen boeken veronderstelt niet alleen dat er een wens bestaat om kennis aan anderen te presenteren, maar ook om kennis van anderen gepresenteerd te krijgen.
Hoewel? Dat laatste hoeft niet altijd het geval te zijn. Hoe vaak hebben we niet boven boeken gezeten die we tegen onze zin bestudeerden, omdat iemand anders had besloten dat dat goed voor ons was? Nog steeds staat ‘het boek’ voor velen symbool voor de kwelgeest die door het onderwijs waart. Het boek staat voor theorie, het ruikt soms zelfs muffig en staat vaak letterlijk stof te verzamelen. Op deze foto is dat niet het geval. Boeken zijn in deze bibliotheek als het ware de enige overlevenden (ik ga ervan uit dat de personen pas na het bombardement de bibliotheek betraden). Alles wat niet boek is, ligt als vergane glorie en tot stof wedergekeerd op de grond. Niet de boeken zijn aan vervanging toe, maar de rest. Het verwijt dat boeken geen dynamiek toelaten, wordt op de foto tot de zege van standvastigheid omgebogen. De verdingelijking van kennis wordt omgezet in personificatie van boeken en de ware bibliofiel haalt opgelucht adem: de boeken, ze hebben het gered! Als helden staan ze fier overeind, juist omdat ze zich letterlijk afzijdig hebben opgesteld. Of komt het omdat ze kant hebben gekozen? Maakt ook niet uit: de kennis is bewaard gebleven, hoera voor de boeken!
Verder zien we drie personen op de foto. Ze lijken de leeftijd waarop ze zich van onderwijswege tussen de boeken moeten bevinden gepasseerd. Neen, deze personen zijn in deze bibliotheek, waar toch van alles te zien en te doen is, louter en alleen geïnteresseerd in de boeken. Eén van hen reikt er zelfs naar! Mijn vermoeden is dat we te maken hebben met nieuwsgierigheid. Alles waar een mens vrijwillig naar reikt, is wat nieuwsgierigheid – het verlangen om nieuws te weten – heeft gewekt. Meestal heeft dat te maken met het percipiëren van iets nieuws, gedefinieerd door Bateson als ‘een verschil dat een verschil maakt’ . Wij zijn zelf degenen die bepalen of een verschil een verschil uitmaakt en daarom willen we sommige dingen wel en andere dingen niet verder bestuderen. Het geloof (in termen van Cornelis: waar je geen vragen bij hebt) heeft hier iets mee te maken, net als zelfherkenning . Hoewel volgens mij ieder mens van nature nieuwsgierig is, verschillen we in de mate waarin we nieuwsgierig zijn van elkaar. Wat soms ontbreekt is de actie. We kunnen wel benieuwd of verwonderd zijn, maar nieuwsgierigheid heeft ook te maken met het ondernemen van actie, het reiken. De wereld en omstreken in het algemeen en het boek in het bijzonder zijn externe bronnen waar we naar kunnen reiken om onze interne vragen mee te beantwoorden. Nieuwsgierigheid heeft te maken met willen weten en willen begrijpen. Door de wil is het een interne drijfveer van een persoon die te maken heeft met een externe oriëntatie. Blijkbaar gaat een nieuwsgierig mens ervan uit dat er in de omgeving een hoeveelheid kennis beschikbaar is, die bruikbaar is om een antwoord te vinden op interne vragen, waarbij ‘vraag’ vertaald kan worden als ‘kennistekort’.
Tot slot zien we op de foto een verzameling tastbare dingen. Mensen fabriceren hun kennis, zoals zichtbaar wordt in boeken. Dit constructieproces is een bron voor en resultaat van culturele ontwikkeling. We weten dat het een Engelse verzameling boeken is die een aanval van de Duisters heeft getrotseerd. ‘We shall overcohohome’ hoor je ze al zingen. Wat de foto uitdrukt is de verwachting dat wat er ook gebeurt, we altijd nog onze kennis en nieuwsgierigheid zullen hebben. Voorwaar, een hoopvol plaatje!

Het erotisch verlangen
We kunnen ook op een andere manier naar de foto kijken. De bibliotheek is letterlijk een strijdtoneel. Zoals volgens de regels van het toneel de moord altijd achter de coulissen plaatsvindt, zo zijn we ook nu niet rechtstreeks getuigen van het geweld. Toch kunnen we ons een voorstelling maken van wat er gebeurd is. Ondanks zijn gebruikelijke rust (ssstt, hier leest men boeken) en orde (we zetten de boeken liever zelf terug), was de bibliotheek even het decor van risico en gevaar. Spannend! Niet alleen het moment van het bombardement was een moment van spanning, maar ook ontstaan spanningen door de contrasten tussen (a) de eens zo kalme bibliotheek en de actuele puinhoop en (b) de rotzooi temidden van de rust van de boeken. Contrasten wijzen ons op verschillen die een verschil maken: ze maken ons nieuwsgierig, wekken het verlangen om dat wat met ons (wereldbeeld) contrasteert te onderzoeken. Hier zit een zekere erotiek in verborgen: het gaat niet om de uitkomst (geslachtsgemeenschap), maar om het verlangen ernaar. Het gaat om liefde. Onbekend maakt onbemind, maar een vermoeden, een gepercipieerd verschil dat een verschil zou kunnen maken, dát wil nog wel eens de belangstelling wekken. Een tipje van de sluier wekt vaak meer begeerte dan al te expliciete naaktheid. Vandaar dat de moord in de coulissen mag plaatsvinden en dat de foto van de dag erna minstens even veelzeggend is als de heftige realiteit van de avond ervoor. Suggestie wekt fantasie, prikkelt.
Georges Bataille maakt een onderscheid tussen de profane en de sacrale wereld . De eerste is de wereld van het geplande werken, vergelijkbaar met het corneliaans sociaal regelsysteem . De tweede is de wereld van de viering in het nu, de feestelijke verspilling waaruit kunst en literatuur ontstaan. Deze wereld treden we binnen, aldus Bataille, via de erotiek en het offer, via het flirten met de dood. Sommige auteurs koppelen nieuwsgierigheid aan zelf-actualisatie, ik koppel het aan samen-actualisatie. Samen-actualisatie verwijst naar de zygote-these, mijn stelling dat in het betekenisvolle nu slechts sprake kan zijn van een ‘wij’, van een minstens-twee-heid . Die minstens-twee-heid bestaat uit de nieuwsgierige mens en datgene wat de nieuwsgierigheid, de lust tot weten, oproept. We hebben het niet voor niets over het bevredigen van onze nieuwsgierigheid. Het plezier van het versmelten en het versmolten zijn heet bij Csikszentmihalyi flow . Het is in die daad dat we kennis creëren en nieuwsgierigheid kunnen verklaren als scheppingsdrift. Alleen God creëert uit het niets; wij mensen zijn veroordeeld tot elkaar. Mensen, maar ook boeken kunnen deel uitmaken van die minstens-twee-heid. We zien op de foto drie personen die – met de klok mee startend op drie uur – kijken, reiken en vasthouden, drie elkaar vaak maar niet noodzakelijkerwijs opeenvolgende fasen in het erotisch spel. Het kijken is vaak de inleiding. Kijkend naar de foto kunnen we ons trouwens voyeur voelen. De blik staat verder symbool voor kennis (de ziener, het alwetend oog). Het reiken is de actie die een vertaling geeft voor het verlangen. Arme Tantalus! Hij kon reiken tot hij een ons woog, de druiven en het water bleven immer buiten zijn bereik. Zie hier het verlangen dat ontstaat in de onbeantwoorde liefde. En dan het vasthouden. De ultieme beloning om extra lang van te genieten. Maar ook het risico van het doodknuffelen. Een vergelijkbare minstens-twee-heid kunnen we met voedsel vormen. De relatie tot voedsel en kennis is niet nieuw. In het gangbare taalgebruik nemen we kennis tot ons. Het ligt op het puntje van onze tong. Soms vinden we een stelling onverteerbaar. We verslinden boeken, want we hongeren naar kennis. We verspreken ons freudiaans. Als we iets stouts zeggen, moeten we onze mond spoelen. De relatie tussen kennis, voedsel en erotiek ligt misschien wat minder voor de hand, maar wat te denken van de manier waarop we aan elkaars lippen hangen en elkaar de woorden uit de mond trekken? Het biedt wel een nieuw perspectief op het idee van kennismaking!
Over deze relatie tussen erotisch verlangen en nieuwsgierigheid kan ik nog meer schrijven, maar dit is misschien niet de meest aangewezen plek daarvoor. Tijd om het eens over het taboe te hebben.

Het taboe
Kijk nog eens goed naar de foto. Wanneer u niet naar de boeken kijkt of naar de personen, maar recht op het midden focust, dan ziet u de ravage van de steunbalken. Kijk nog eens goed. Het lijkt een driehoek op zijn punt, maar als we de lijnen doortrekken, dan lijkt er een groot kruis midden in de bibliotheek te staan. Een verbodskruis? Wat is er dan aan de hand? Wat mogen we niet zien? De nieuwsgierigheid is meteen geprikkeld, maar tegelijkertijd sluipt het taboe in beeld. Zijn er dingen die we niet mogen weten? Zouden we beter af zijn als we niet onder elke steen keken? Richten de personen op de foto hun blik daarom uitsluitend op de boeken, de gearchiveerde kennis? Er is veel verloren gegaan bij de onttovering van de wereld en sommigen spreken zelfs van verlies van onschuld. Kennis is onomkeerbaar: we kunnen niet meer terug naar de tijd dat we niet wisten hoe we massavernietigingswapens konden maken. Het verlies aan onschuld voelen we vaak in de vorm van beschaming. De bewoners van het Franse Grasse richten een bacchanaal aan onder invloed van het parfum dat Jean-Baptiste Grenouille (een creatie van Süskind) uit jonge maagden heeft gedestilleerd; ze keren de dag erop beschaamd terug. Hadden ze niet beter behoed kunnen worden tegen hun driften? Wenden de personen op de foto daarom hun blik af van het kruis in het midden? Staat het kruis voor seksualiteit, een traditioneel verklaarde vijand van wijsheid? Voorzichtigheid is daar immers de moeder van. Zijn nieuwsgierigheid en voorzichtigheid complementair? Kijk maar eens wat er de spreekwoordelijke Engelse kat gebeurt. Kortom: is er een ethiek van de nieuwsgierigheid, die ons voorschrijft wat we wel en niet zouden moeten onderzoeken? En als die ethiek er is, wie is dan de ethische commissie? Wie is die hoeder van onze onschuld? Zouden we dat niet eens zelf kunnen zijn?
Gehoor geven aan nieuwsgierigheid heeft, zoals hierboven al uit blijkt, ook een verondersteld negatief effect. In de eerste plaats is de pret van de nieuwsgierigheid en het onderzoeken zelf er af als we begrijpen hoe het in elkaar zit. De suggestie, fantasie, prikkeling, ze lonken niet langer: we zitten pal onder de tl-buizen. Niet alleen onze eigen acties hebben dat effect; ook de beeldcultuur en het onderwijssysteem willen nog wel eens te veel onthullen en nodeloos uitleggen, en daarmee onze creatieve eigen inbreng ontkennen. Geen punt! Dit hoeft geen langdurig probleem te zijn: ons vernieuwde kennisconstruct roept nieuwe vragen op en opgefrist gaan we weer op ontdekkingsreis. We krijgen tot aan onze dood een tijd na het eten weer honger. De onverbeterlijk nieuwsgierigen hebben een onbepaalde ruimte, een soort vrijplaats, die als accu functioneert: ze nemen even afstand, bekijken de zaak opnieuw en laden zo hun drang om hun kennisconstruct te vernieuwen weer op.
In de tweede plaats, en dat is veel vervelender, roept het beelden op van kennis die niet voor ons geschikt wordt geacht. Kennis wordt dan actief afgeschermd, bijvoorbeeld door de stem tot een fluistertoon terug te brengen (niet voor onze oren bestemd) of in het Frans over te gaan (wat mijn ouders aan de keukentafel deden toen ik zes was – en wat, realiseer ik me ineens – wel eens de aanleiding voor mijn studie Franse Taal- en Letterkunde kon zijn geweest!). Kleine potjes hebben grote oren; het spreekwoord verraadt een zeker verschil in senioriteit. De opvoeder en diens project. De Cerberus en de onderwereld. Waar engelen zich niet wagen; als dát geen nieuwsgierigheid wekt! To boldly go where no man had gone before… wacht eens even! Dit citaat uit de lead van Star Trek lijkt wel erg veel op de opdracht van De Heer aan Abraham: “Trek weg uit je land, verlaat je familie, verlaat ook je naaste verwanten, en ga naar het land dat ik je zal wijzen” (Genesis 12:1). Niet de mens stuurt in dit verhaal de pioniersgeest en nieuwsgierigheid, maar de alwetende verteller. De ethiek van de nieuwsgierigheid lijkt zo de poortwachter tussen het sacrale en het profane. Beide zijn nodig. We kunnen niet overmatig in één van beide werelden verpozen. Een te lang verblijf in het profane stompt ons af, een excessief verpozen in het sacrale put ons uit. Het onbepaalde sacrale is er om onze accu op te laden, niet om in dol te draaien. Het taboe is er dus om ons met al onze driften te matigen. Het is een menselijke uitvinding om ons leven en bestaan in te kaderen en betekenis te geven. Het taboe is de scheidslijn tussen wel en niet, de ethische commissie die oordeelt wat toelaatbaar (sic!) is, de cesuur die het contrast veroorzaakt, het contrast dat de nieuwsgierigheid wekt.
Wie is de uitvinder van het taboe en wie heeft zitting in de ethische commissie?

Besluiteloos, twijfelend en wispelturig
Op de foto zien we drie mannen en nul vrouwen tussen een grote verzameling boeken. Toeval? We hebben het wel over een nieuwsgierig Aagje, maar niet over een nieuwsgierig Pietje. De vrouw van Blauwbaard moest haar onderzoeksdrift met haar leven bekopen. Roepen deze vrouwen nog het leed over zichzelf af, sommige vrouwen zijn in staat het leed van de hele wereld te veroorzaken. Pandora kon zich niet bedwingen en bevrijdde alle rampen door onder het deksel te moeten gluren. Adam is de grote onschuldige in het bekende appeldrama, maar leed even hard als Eva onder de gevolgen van nieuwsgierigheid – en met Adam alle mannen (dat is natuurlijk niet eerlijk, en daarom werd Eva – en met haar alle vrouwen – nog eens extra beboet). We kunnen de rollen van de personages ook anders uitleggen, maar niet zonder daarmee de betekenis van het verhaal te veranderen. En met die nieuwe betekenis de tradities waarbinnen het verhaal verteld wordt. Nieuwe verhalen vertellen is uitgaan van mogelijkheden, van dat de dingen niet hoeven te zijn zoals ze lijken of altijd waren. Nieuwe verhalen starten daardoor met nieuwsgierigheid. En als we de foto bekijken, dan zien we dat de mannen zich afwenden van de gebeurtenis en hun aandacht vestigen op de boeken, dus op dat wat al bekend is. Het puin negeren ze – ostentatief? – en ze lijken vast willen te houden aan het concept ‘bibliotheek’, ongeacht haar verschijningsvorm. Er spreekt een zekere hardnekkigheid uit de wijze waarop ze de realiteit van het puin ‘even in het midden laten’ en de rug toekeren: “We zijn hier in een bieb en we zullen ons met boeken bezig houden al komt de onderste steen boven.” Maar de onderste steen komt niet boven. Ze reiken niet naar het puin en wat daaronder zou kunnen liggen. Ze reiken naar de boeken. Hun nieuwsgierigheid gaat niet uit naar mogelijkheden voor nieuwe betekenissen. Hun volharding wordt bovendien ontkend door de nonchalante pose die ze aannemen. Al met al een beeld van vanzelfsprekende vasthoudendheid, business as usual. Nee, dan ik. “Frailty, thy name is woman”, laat Shakespeare Hamlet tegen zijn moeder zeggen, maar hij adresseert ook mij. Twijfel en wispelturigheid, twee bronnen van nieuwsgierigheid, worden cultureel neergezet als vrouwelijk. Op basis van eigen ervaring zou ik daar graag besluiteloosheid aan toe willen voegen. Ja, besluiteloosheid, twijfel en wispelturigheid, dat zijn voor mij belangrijke ingrediënten voor nieuwsgierigheid. Zonder besluiteloosheid zou ik me nooit meer iets afvragen. Ik kan niet kiezen – heb ik nooit gekund – en onderzoek daarom zo veel mogelijk via analogieën en associaties. Het scheermes van Occam (men moet de dingen niet ingewikkelder maken dan nodig is) werkt voor mij niet en volgens de maatstaven van Goethe (In der Beschrenkung zeigt sich der meister) zal ik nooit een vakman worden, want zolang het over kennis gaat, mag het van mij wel voluptueuzer. Ik wijd ook graag uit, echt, daar kan ik uren over vertellen. Maar niet nu. Over naar wispelturigheid. Een mooie eigenschap volgens Cornelis, die in wispelturigheid het vermogen ziet om tussen verschillende systemen te schakelen. Zonder dit vermogen blijven we zoeken, verdwaald in systemen waar we de antwoorden niet zullen vinden . En twijfel? Is dat niet hetzelfde als besluiteloosheid? Of is twijfel toch meer het verwerpen van vanzelfsprekendheid? Een gebrek aan vertrouwen misschien? Instabiliteit? Zal ik eens een onderzoek starten naar het nut van synoniemen?
Terug naar de foto. In september 1939 treedt Alan Turing in dienst in het cryptoanalytisch hoofdkwartier aan Bletchley Park, zeven maanden en hemelsbreed zo’n acht kilometer van het zwaar gehavende Holland House verwijderd. Dat de Duitsers Bletchley Park misten, moeten ze naderhand zeer betreurd hebben. Turing heeft namelijk in Bletchley Park een essentiële bijdrage geleverd aan het kraken van de code van de Enigma, een gebeurtenis die de Tweede Wereldoorlog aanzienlijk heeft verkort. Waarmee ik maar wil zeggen dat een aanval op een plek met gestolde kennis strategisch minder slim kan zijn dan een aanval op een plek waar de kennis in wording is.
Na de oorlog is Turing trouwens vanwege zijn relatie met een man in het gevang gekiept . Ad hominem pur sang. Enige besluitenloosheid, twijfel en wispelturigheid tekenen ook een ethische commissie. Niets menselijks is haar vreemd.

 

Basten (2005). Een kleine monografie van nieuwsgierigheid, verschenen op de NVOA DVD In gesprek over organiseren.