Independent scholar, cat addict, tattoo lover

Er rolt een hete aardappel door de gangen van de Erasmus. Die aardappel heet ‘dr. A’, een promovendus aan wie ten onrechte – want op basis van een proefschrift vol plagiaat – de doctorstitel is verleend. Ik heb bij het College van Bestuur melding gemaakt van de door mij aangetroffen fraude, de naar aanleiding daarvan ingestelde Commissie Wetenschappelijke Integriteit heeft mijn constatering bevestigd, het CvB kon niet anders dan hetzelfde doen en besloot tot een berisping en een herkansing, ik heb tegen dat besluit bezwaar gemaakt bij het Landelijk Orgaan Wetenschappelijke Integriteit, en ook dat bekrachtigde mijn constatering. Plagiaat is dus onomstotelijk vastgesteld. En het gaat niet om een slordigheid of om een paar zinnen, maar om welbewust overgeschreven grote stukken tekst uit meerdere bronnen.
Alle partijen die zich voor een advies over de onrechtmatig verkregen titel tot het CvB hebben gewend, hebben bij het CvB aanbevolen het besluit om de doctorstitel te verstrekken te herroepen. Dat kan in feite echter alleen het College voor Promoties.

Het Erasmus zit in een lastig parket. Daarom heb ik het initiatief genomen tot deze crowd learning actie, een poging om de wijsheid van jullie allemaal te mobiliseren en daarmee een publiek advies aan de Erasmus te geven. Hier zijn alvast twee aanzetten.
Het LOWI heeft mij (en het CWI) verweten dat we ons advies tot terugtrekking onvoldoende gemotiveerd hebben. Er is geen juridisch precedent en het CvB kan dus geen gebaand pad bewandelen. Het LOWI geeft echter zelf een mogelijkheid om te pionieren. Het referentiekader is de Algemene wet bestuursrecht, die voorziet in sancties wanneer iemand de informatieplicht verzaakt (i.c. ‘dr. A’). Risico is dat ‘dr. A’ de Erasmus voor de rechter daagt op grond van verzaakte onderzoekplicht, maar het LOWI is van mening dat het waardevol is wanneer in elk geval een precedent wordt geschapen.[1]
Zelf heb ik ook al een bescheiden inbreng. De Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek stelt in artikel 7.8 lid 2c dat toegang tot de promotie wordt verleend aan iedereen die heeft voldaan aan de eisen zoals die worden gesteld in het promotiereglement van de betreffende universiteit. Ik heb dat reglement van de Erasmus er eens bij gepakt en zie daar een aantal artikelen in staan die erop wijzen dat ‘dr. A’ helemaal geen toegang tot de promotie had mogen krijgen.[2] Zo voldoet het proefschrift niet aan de aan de Erasmus vigerende Integriteitscode en de regeling aangaande wetenschappelijke integriteit (artikel 2.5.1), heeft de promotor er niet op toegezien dat het proefschrift voldeed aan de algemeen geldende academische maatstaven en eisen (artikelen 3.3 en 5.1) en was er sprake van niet toegestane relaties in de begeleiding (artikel 3.7) en kleine commissie (artikel 6.1.5). Dat de WHW zelf niet in sancties voorziet, betekent niet dat we straffeloos deze wet mogen schenden.

Zo zijn er vast meer juridische adviezen denkbaar. Maar de juridische weg is niet de enige om uit deze toestand te komen. De Erasmus heeft ook de taak om het vertrouwen van de samenleving en wetenschap terug te winnen alsook de naam en faam van de instelling en al haar medewerkers te waarborgen. Er is dus ook een imagoprobleem. Laten we onze krachten bundelen en de Erasmus helpen om tot een wijs besluit te komen.

Mail je advies aan de Erasmus aan mij via floorbasten@orleon.nl. LET OP: ik plaats je advies op deze site, dus als je liever anoniem wil blijven of onder pseudoniem zichtbaar wil worden, laat me dat dan weten.

Wil je je eerst inlezen in het dossier, dan is dit de beste route:

  1. Sorry wetenschap, ik heb verzaakt #plagiaat
  2. ‘dr. A’ mag op herkansing
  3. Wat is wijsheid voor Erasmus?

De inbreng van Klaas van Dijk
Het voorkomen van meten met twee maten is in mijn optiek erg belangrijk:

  1. sluit aan bij / bouw voort op het EUR rapport "Fostering professionalism and integrity in research" cq de lezing die Kees Schuyt heeft gegeven.
  2. m.i. moet de kern van de beslissing van de EUR zijn dat een doctorstitel behaald aan een Nederlandse universiteit voor de buitenwereld een garantie van kwaliteit / hoog niveau (etc.) is. In het buitenland is algemeen bekend dat het Nederlands onderwijs van een erg hoog niveau is (en dat geldt dus ook voor het niveau van een proefschrift). Bovendien is het in bv Duitsland heel normaal dat doctorstitels worden ontnomen van mensen die op grote schaal plagiaat hebben gepleegd. En ook altijd de link leggen met de normen waaraan studenten moeten voldoen.
  3. maak je niet al te druk om de juridische voetangels en klemmen en de visie dat het promotiereglement geen ruimte zou bieden om een eenmaal verleende doctorstitel in te trekken. LOWI heeft heel duidelijk gemaakt dat de AWB daarvoor voldoende ruimte biedt. In mijn optiek is 'geen precedent' altijd een zwak / geen argument. Iemand moet de eerste zijn.

 

 

 

 

 

---

[1] Uit het advies van het LOWI (volledige tekst hier)

“Een academische graadverlening kan men zien als een “begunstigende beschikking” afgegeven door het College voor de Promoties (of College van Decanen). Een begunstigende beschikking kan (later) worden ingetrokken als blijkt dat onjuiste informatie is verschaft, want de aanvrager van deze beschikking heeft een “informatieplicht” (art. 4:2 Awb). Als blijkt dat er in het proefschrift onjuiste informatie is verschaft (bijvoorbeeld wetenschapsfraude in de orde van grootte van Stapel), dan is intrekking, ongeacht hoe lang het geleden is, juridisch mogelijk. Hierin bestaat geen verjaring.

Wel heeft het bestuursorgaan dat de beschikking afgeeft, in casu het CvP, een “onderzoekplicht”, namelijk onderzoek te doen naar de juiste opgave van informatie op grond waarvan de begunstigende beschikking wordt verleend (denk hier aan een bouwvergunning voor een garage in de achtertuin).
Als nu blijkt dat er onjuiste informatie is gegeven, dan is in beginsel intrekking juridisch mogelijk, maar alléén onder strenge voorwaarden: het bestuursorgaan zelf moet hebben voldaan aan de onderzoekplicht; het bestuursorgaan moet zich afvragen wat het gedaan zou hebben, als de onjuiste informatie op tijd aan het licht was gekomen, én bij de sanctieoplegging (lees: intrekking) dient het proportionaliteitsbeginsel in acht genomen te worden, dat wil zeggen dat de belangen van de begunstigde(n) moeten worden afgewogen tegen de eventuele onzorgvuldig nagekomen onderzoekplicht van het bestuursorgaan én tegen andere relevante belangen.

Dus: in beginsel kan een graadverlening als begunstigende beschikking worden ingetrokken, maar niet dan onder stringente voorwaarden, waarvan de verwaarlozing van eigen onderzoekplicht, het proportionaliteitsbeginsel en belangenafweging, de voornaamste zijn. Toegepast op het onderhavige geval van plagiaat constateert het LOWI enerzijds dat Beklaagde te kort is geschoten in zijn informatieplicht (een proeve van zelfstandige bekwaamheid is gebaseerd geweest op grote stukken van het werk van anderen zonder dat daarvan melding is gemaakt), anderzijds dat de onderzoekplicht van de instelling (promotor, kleine en grote promotiecommissie en CvP) schromelijk is verwaarloosd. De intuïtie van het Bestuur in zijn besluit van ... 2014 is in zoverre juist geweest, dat de eigen verantwoordelijkheid van de organen, die hebben toegezien op het promotietraject, van belang kan zijn voor de sanctiebepaling. In de beoordeling van het LOWI echter is een schromelijk te kort schieten van organen van de instelling géén verzachtende omstandigheid voor de eigen verantwoordelijkheid van een onderzoeker/promovendus,– waar coûte que coûte aan dient te worden vastgehouden bij wetenschappelijke integriteit–maar vooral een obstakel en hinderlijke omstandigheid om lichtvaardig over te gaan tot de intrekking van een doctorsgraad. Niettemin dient deze hinderlijke omstandigheid afgewogen te worden tegen de algemene belangen van wetenschap en samenleving. De promotor en de promotiecommissies zijn verwijtbaar onzorgvuldig te werk gegaan, hebben hun “onderzoekplicht” verwaarloosd en dit laatste kan een rol van betekenis worden bij de rechterlijke toetsing van een ingetrokken begunstigende beschikking. Het Bestuur (in casu het CvP) loopt bij optie B derhalve de kans dat via een eventuele beroepsprocedure bij de bestuursrechter, na intrekking van de verleende doctorsgraad eventueel ingesteld door benadeelde Beklaagde, een bindende uitspraak zal worden gedaan over de mogelijkheid tot een bepaalde sanctietoepassing in gevallen van ernstige tot zeer ernstige schending van wetenschappelijke integriteit. Daarmee wordt een precedent geschapen, dat echter wel meer zekerheid zal geven over de thans nog bestaande onduidelijkheid of een graadverlening kan en mag worden ingetrokken zonder een aanwezige grondslag in de WHW” (p. 13-14).

[2] Uit het promotiereglement van Erasmus (volledige tekst hier)

Artikel 1.5 Reikwijdte van dit reglement
Het Promotiereglement van de EUR is van toepassing op alle promoties aan deze universiteit [...]. (p. 9)

Artikel 2.2. Toegang tot de promotie
1a. Toegang tot de promotie heeft een ieder: aan wie op grond van artikel 7.10a, eerste, tweede of derde lid Whw, de graad Master is verleend, een en ander conform het gestelde in artikel 7.18, tweede lid, van de wet, en 1b. als proeve van bekwaamheid tot het zelfstandig beoefenen van de wetenschap een proefschrift heeft geschreven, en 1c. heeft voldaan aan de overige eisen, gesteld in dit Promotiereglement. (p. 10)

Artikel 2.5 Verantwoordelijkheid voor het proefschrift
1. De promovendus heeft het in het proefschrift beschreven wetenschappelijk onderzoek zelfstandig verricht of daaraan een essentiële bijdrage geleverd. De promovendus is (mede) verantwoordelijk voor het proefschrift in wetenschappelijk opzicht. De binnen de Erasmus Universiteit Rotterdam vigerende Integriteitscode en de EUR regeling aangaande wetenschappelijke integriteit worden hierbij in acht genomen. (p. 11)

Artikel 3.3 Taakomschrijving
1. De promotor, in voorkomende gevallen na overleg met de copromotor(en) draagt de verantwoordelijkheid voor de aanvaarding van het manuscript als proefschrift en ziet er op toe dat het proefschrift voldoet aan de eisen die naar algemeen geldende academische maatstaven aan een proefschrift worden gesteld. (p. 12)

Artikel 5.1 Goedkeuring proefschrift door promotor
1. Is de promotor van oordeel dat het proefschrift aan alle te stellen academische eisen voldoet en kan gelden als een toereikende proeve van bekwaamheid voor het zelfstandig beoefenen van de wetenschap, dan verleent de promotor hieraan zijn goedkeuring. (p. 17)

Artikel 3.7 Niet toegestane relaties
Naaste familieleden van de promovendus (tot in de vierde graad) of andere personen die in zodanige relatie staan tot de promovendus dat van hen in redelijkheid geen oordeel behoort te worden gevergd, komen niet in aanmerking voor het promotorschap of copromotorschap. (p. 13)

Artikel 6.1 De kleine promotiecommissie
5. Artikel 3.7 is van overeenkomstige toepassing op het lidmaatschap van de kleine promotiecommissie. (p. 18)